Foto: Evangelie volgens Johannes
 Kennismaking
 Aanbod
 Spiritualiteit
   Liturgie
   Laatste Preek
   Matteüs
   Marcus
   Lucas
   Johannes
 Dagelijks leven
 Geschiedenis
 Contact
 Zoeken
 
 Leden           Slot

Preken: Johannes 1, 35 - 42

Door Nel van Cuijk, gehouden op 15 januari 2006

 

Geroepen worden

 

Geroepen worden dat is het thema van de lezingen van vandaag. Geroepen worden in een tijd waarin je nauwelijks nog iets van God hoort, waar mensen verlegen worden bij het woord christen-zijn, niet alleen omdat ze daar niet op aangesproken willen worden, eerder omdat ze verlicht als ze zijn die flauwekul al lang achter zich gelaten hebben. Mensen worden ook verlegen omdat 2000 jaar christenheid niet echt heeft bijgedragen tot een liefdevoller wereld terwijl dat toch de bedoeling was van de stichter van het christendom. Mogelijk worden mensen verlegen omdat ze er ten diepste van overtuigd zijn dat de stichter van het christendom zich niet zou herkennen in wat nu veelal wordt doorgegeven als de boodschap die hij over God vertelde; er zijn zelfs mensen die zeker weten dat de stichter van het christendom zich walgelijk af zou keren bij het zien van wat ‘ze’ en we er van gemaakt hebben.

In zo’n tijd leven we. Zo luister ik naar de lezingen van vandaag.

In die tijd, zo hoorden we, waarin de oude Eli blind geworden is, maar ook weigert te zien wat zijn zonen aan deugnieterij en erger uithalen. In die tijd waarin een woord van de Heer een zeldzaamheid geworden was, kostbaar, duur.

In die tijd zou ik erbij willen zeggen waarin de oude kerk blind geworden is voor wat haar zonen aan deugnieterij uithalen, aan eigen verrijking, aan het mooipraten van schandelijke regiems, het goedpraten van schandelijke daden. In die tijd waarin een woord van de Heer verdacht is en al gauw een hallucinatie genoemd wordt, waarin je als toch nog steeds op zoek bent naar dat woord, gezien wordt als een goedaardige en ongevaarlijke gek.

In zo’n tijd riep God en naar ik hoop rķept God. God roept Samuel. God roept een jonge jongen, een onbeschreven blad, nog open voor verwondering, nog uitkijkend naar verandering, nog niet besmet met wat God wel en niet is, wat God wel en niet kan doen.

Een zeldzaamheid is het woord van de Heer ook in onze dagen, maar het prachtige van vandaag is dat dit zich al eerder in de geschiedenis heeft voorgedaan en op grond daarvan geloof ik dat er ook in onze dagen jonge mannen en/of jonge vrouwen zullen zijn die geroepen worden door God, en dan hoop ik dat er nog enkele halfblinde ouderen zijn die tegen die jonge mens kunnen zeggen: ‘Het is geen hallucinatie en je bent niet bezig om gek te worden. En het is niet gek dat je naar woorden wilt luisteren die je overeind houden. Het is niet gek dat je niet de waan van de dag laat regeren over jou. Wat jou overkomt, is een roep van de Heer. Blijf luisteren.’

 

En dan het verhaal uit Johannes, mogelijk nog mysterieuzer. Johannes de doper staat er weer, daar aan de Jordaan en er zijn twee leerlingen bij hem. Hij ziet Jezus en zegt: ‘Zie het lam van God.’ Wat is dat voor een gezegde, het lam van God en wie zijn die leerlingen die op dat gezegde achter Jezus aangaan?

Het ‘lam van God’ roept veel associaties op: het paaslam dat geslacht moest worden bij de uittocht uit Egypte, Izaak de zoon van Abraham die dreigde geofferd te worden, het lam waar de profeten over spreken dat ter slachting wordt geleid, en stom blijft tegen zijn scheerders. En natuurlijk schrijft Johannes vele jaren na de kruisiging van Jezus, vele jaren na dat echec van de kruisdood. En is Jezus bij uitstek het lam dat ter slachting is geleid. Johannes weet wat hij zegt als hij spreekt over het lam van God.

 

De leerlingen gaan achter Jezus aan en als hij dat ziet vraagt hij: “Wat zoeken jullie?” In eerste instantie lijken ze niets te zoeken, ze willen alleen weten waar hij woont, waar hij verblijf houdt. Waar hij logeert, zegt de nieuwe vertaling. Er staat in het Grieks inderdaad een heel gewoon woord, ik kom eens kijken waar je woont, hoe je woont. En wij kennen het van onszelf, van elkaar: binnenkomen in iemands huis, in iemands privacy en intimiteit zegt veel meer dan alle woorden kunnen zeggen. Je ondergaat iets, een sfeer, een klimaat, een wijze van leven, je leert iemand anders kennen dan door alleen het spreken. “Kom maar kijken”, zegt Jezus, hij nodigt ze uit in zijn intimiteit. ‘Zie waar ik thuis ben.’ Wij horen echter niets van hoe het er uitziet bij Jezus. We horen ook niets van waar ze het over hebben.

Of ze er lang gebleven zijn, gegeten hebben iets gedronken, niets weten we, niets horen we erover.

We gaan over naar de volgende dag en dan horen we Andreas tegen zijn broer zeggen: “We hebben de Messias gevonden” en hij sleept hem mee naar Jezus. Opnieuw jonge mannen, zij zijn op zoek naar iets, anders waren ze niet naar Johannes gekomen, anders hadden ze dat woord van Johannes niet gehoord. En in het zijn bij Jezus, het zien waar hij woont, daar zien zij dat hij de Messias is, een gezalfde, een mens met een bijzondere Godsrelatie. Dat zien brengt hen in beweging, ‘God breekt in’ hebben we met Kerst gezegd en de hele adventstijd heeft dat woord geklonken. Is God ingebroken bij jou, bij mij? Ben ik op pad gegaan zoals deze Andreas, heb ik mijn broer, mijn zus meegesleept en gezegd: ik heb de Messias gevonden? Nemen wij anderen mee in de zoektocht naar God? Gaan we onze schaamte voorbij, onze verlegenheid om te zeggen dat we een levenswijze gevonden hebben, grond onder onze voeten? Onmiddellijk als Jezus Simon ziet krijgt hij een nieuwe naam. Zoals Johannes van Jezus zei: “Zie daar het lam Gods”, zo zegt Jezus van Simon: “Jij bent Kefas, rotsman.”

 

Vandaag zeg ik, getuig ik: mannen en vrouwen, God heb ik gevonden en deze plaats is rotsgrond voor mij.