|
|
Preken: Johannes 1, 35 - 42
Door Leonie van Straaten
Waar houdt jij verblijf?
Als ik in deze
week de kranten doorloop, dan lees ik hoeveel moeite
verantwoordelijke mensen in politiek en religieus Nederland hebben
om hun gezag van binnenuit te onderbouwen. Om goed verstaan te
worden. Zo las ik "Het kader van kijken en luisteren is eerder
wantrouwen dan vertrouwen." En "Als men alleen probeert een beeld
van mij te bevestigen in een interview dan ervaar ik dat als
karaktermoord." Of vanuit het volk: "Een lijsttrekker die
voortdurend "ik" zegt, geeft geen vertrouwen dat hij voor een zaak
staat".
Vanuit de lezingen van deze zondag groeide in mij de vraag hoe wij
naar mensen kijken, hoe en of en waarom wij gezag kunnen geven. Of
wij zien, kunnen vragen naar hun verblijfplaats. Waar en bij wie
verblijven zij? Wat is hun bron? Waartoe verheffen zij hun stem?
En dan de
lezingen.
Het verhaal van de roeping van Samuël heeft mij ontroerd, eigenlijk
al jaren. Samuel groeide op in het heiligdom, maar kende de Heer nog
niet. Eli herkent de stem en begrijpt. Eli bindt Samuel niet aan
zichzelf, maar brengt hem in verhouding met de Heer, door hem de
grondhouding van het luisteren aan te reiken. De Heer kwam bij
hem staan, Samuël luisterde en de Heer was met hem. Het
gebeuren van de verbinding tussen God en mens in een notendop. In de
dagen van Samuël was een woord van de Heer een zeldzaamheid. Juist
daarom is het ontroerend, dat Eli begrijpt en doorverwijst, opdat
het woord van de Heer ook in een volgende generatie herkent en
gedaan kan worden, niet dooft.
Het verhaal van
Johannes sluit hier prachtig op aan. Johannes begrijpt dat God
roept, dat het tijd is om deze roepstem te vertolken. Hij heeft
gezien en kan niet anders dan getuigen en wijzen naar Jezus. Daar -
het Lam Gods. Geen theologische uitleg, geen verklaring, maar wel
een uitdrukking van geloof, het Paaslam als symbool van bevrijding,
een symbool dat het hele volk kent.
Op grond van dit geloof van Johannes gaan twee van zijn leerlingen
achter Jezus aan. De eerste woorden van Jezus in het Evangelie van
Johannes staan hier: Wat zoeken jullie? Of "Wat verlangen jullie?"
Niet wie, maar wat. Vanaf het eerste begin is duidelijk dat het
Jezus niet om zichzelf te doen is.
De vraag van de leerlingen "Waar houdt u verblijf?" is een gewone
vraag. Wie ben je, waar woon je? Maar in de context van het hele
verhaal is de vraag vol betekenis. Want "blijven" is voor Johannes
een sleutelwoord. Met dit woord cirkelt Johannes om de innige
relatie tussen Jezus en de Vader, een relatie die de verbinding
schept tussen God en mens. De vraag van de leerlingen is een vraag
naar deze relatie, naar dit geheim.
Jezus nodigt uit: Kom en je zult zien. Wij weten niet wat er die dag
gebeurde. We weten niet waar ze zijn. Het enige dat verteld wordt,
het enige dat telt, is dat ze die dag bij hem verblijven. En in dit
bij hem blijven groeit de herkenning. Dat weten we door het
getuigenis van Andreas: "Wij hebben de Messias gevonden!" Jezus
wordt herkent in zijn opdracht, in zijn roeping. Zo zouden we dit
verhaal als roepingsverhaal van Jezus kunnen lezen! Want na deze
herkenning gaat Jezus aan het werk. Hij noemt Petrus bij zijn naam,
geeft hem zijn roeping. Er ontstaat een groepje leerlingen om hen
heen, het begin van een beweging die verbond zichtbaar maakt,
verbond tussen God en mens als een nieuw begin.
Het verhaal laat zien dat een groot deel van de messiaanse werking
van Jezus onze verantwoordelijkheid is. Dit is niet zwaar en
ingewikkeld. Het begint waar wij durven uitgaan van verbond,
omdat de Heer bij ons staat, ons roept bij onze naam.
Uitgaan van
verbond - het heeft voor mij iets van thuis zijn bij jezelf, maar om
meer dan jezelf alleen. Iedere mens verlangt ernaar om thuis te zijn
bij zichzelf. Vrij en gekend. Om open te gaan voor de stem die je
bij je naam roept.
Iederéén is nodig om een bijdrage te leveren. Sommige mensen zijn
zozeer thuis bij de bron, dat zij de weg wijzen. Ook in onze tijd
staan hier en daar mensen op, in de politiek, in de kerk, onder ons.
Mensen die hun stem verheffen, niet omwille van zichzelf, maar
omwille van het hele volk, omwille van toekomst en daarom omwille
van Hem. Het is niet moeilijk om hen gezag te geven.
Gezag geven vraagt om goed te luisteren, niet te snel te oordelen,
te herkennen en te dragen, te wijzen naar dat spoor van Hem, dat
slag dat vraagt en zoekt naar Hem.
Uitgaan van verbond, kiezen voor vertrouwen, voor
niet ik, maar Hij, het is die weg van geloof die vandaag doorklinkt
in de lezingen. Het is een weg van luisteren, maar zeker ook van de
vraag stellen, aan de ander, "waar houdt jij verblijf?"
|