|
|
Preken: Johannes 17, 11b - 19
Door Koos van Etten
Het gebed van Jezus
Wat een tekst, prachtig van inhoud, maar ook
moeilijk te doorgronden. Ik noem enkele hoofdlijnen.
Op de eerste plaats is Jezus hier aan het bidden
d.w.z. Hij richt zich tot God, maar Hij doet dat in aanwezigheid van
zijn leerlingen. Het is het slot van de afscheidsrede. Hij heeft al
enkele hoofdstukken gecommuniceerd met zijn leerlingen, nu
communiceert Hij met God die Hij zijn Vader noemt, d.w.z. Hij
spreekt zich uit in het meest wezenlijke.
Vergelijkenderwijs kunnen we zeggen: ook wij
hebben dagen met elkaar gecommuniceerd. Nu maken we het even stil en
richten ons tot Hem die het meest wezenlijke is voor ons leven, tot
de Bron van ons leven.
De eerste opening
ligt bij het begin. Jezus zegt: ‘Heilige Vader, …’ Dat woord heilig
komt hier in dit stukje evangelie herhaaldelijk voor: toewijden,
heiligen, steeds hetzelfde woord in de oorspronkelijke taal. Dat
woord ‘heilig’; wat betekent dat toch? Ik lees een gedeelte uit een
commentaar: ‘Het begrip heiligheid kan duidelijk worden door te
luisteren naar twee teksten. De ene komt uit de joodse liturgie van
het begin van de sabbat. Daarin wordt beleden dat God heilig is,
omdat niemand zijns gelijke is. Heilig zijn is: uniek zijn op de
wereld; anders dan al het andere. De tweede tekst komt uit Lev.
19,2: Jullie zullen heilig zijn, want Ik ben heilig, de Heer uw
God.’ Wat God doet, moeten ook wij doen: opkomen voor het
unieke, het anderszijn van de andere. Het essentiële van heiligheid
is dus: uniek zijn, het anderszijn. Het is een andere manier van
zien en leven met de dingen. Het betekent: fijngevoelig worden voor
het verborgen geheim in de dingen van het leven.’
U hoort het: het raakt aan wat we gelezen en gehoord hebben uit de
artikelen van dr. Lascaris.
‘Heilige Vader,
bewaar hen in uw Naam’. Welke Naam is dat? Sommigen zeggen: de Naam
Vader; die heeft Jezus aan zijn leerlingen geopenbaard. Denk maar
aan het ‘Onze Vader’. Anderen zeggen: het Tetragram. Het is een
zoeken, want Hij is vaak ook de Onuitsprekelijke. Het Tetragram
betekent vertaald: ‘Ik zal er zijn, zoals Ik er zal zijn.’ Het is de
Naam die een belofte inhoudt: Ik zal er zijn; vertrouw er maar op.
Maar ook een Naam die een programma inhoudt: Wees er! d.w.z. Ik,
God, zal er zijn in de mate dat jullie er zijn.
Dat raakt mij. Hier zegt Jezus eigenlijk naar zijn leerlingen, dat
zijn leven voltooid is; Hij heeft die Naam uitgedragen, Hij heeft
die Naam gezicht gegeven. En Hij hoopt, dat zijn leerlingen zich
daardoor zo laten opnemen, dat zijzelf die Naam zullen uitdragen in
deze wereld.
Gebonden in de
Ene, vraagt Hij dat zij één zullen zijn, niet uniform, niet allen
gelijk. Het anderszijn wordt bewaakt, behoed, maar wel verbonden in
die Ene. Voor ons geldt hetzelfde. Ik zie het in het leven van
Jezus: Hij is zijn leerlingen heel nabij geweest. Hij heeft hen
geroepen; zij zijn Hem gevolgd. Hij heeft ze verteld wat Hem
bezielde. Hij heeft het meest wezenlijke doorgedragen. tegelijk
bleef er afstand d.w.z. ze waren uniek, heel anders. En Hij heeft
hen opgeroepen hun eigenheid helemaal te doorleven, met een eigen
opdracht, een eigen taak.
Actueel gemaakt
naar de afgelopen evangeliedagen, moet ik denken aan ons, die de
communauteit willen vormen. Wij verlangen om Gods Naam hier present
te stellen, door ons leven gezicht te geven aan die Naam die ook
vertaald kan worden met: liefde. In Jezus heeft God gezicht
gekregen, maar dat willen wij in de tijd voortzetten, door onze
aanwezigheid voor allen die hier binnenkomen. Maar voor jullie die
van ver komen, geldt hetzelfde. Om het maar te zeggen met de woorden
van Kees Schrauwen: "Als wij in Breda er niet zijn voor de mensen
die bij ons komen inlopen, dan is er niets; het vraagt van ons er te
zijn.’ Of met de woorden van Gerard v.d. Ven: ‘Het gaat om de
liefde; de liefde drijft ons naar mensen toe’.
Jezus bidt verder met te zeggen: ‘Ik vraag U niet
hen uit de wereld weg te nemen, maar hen te behoeden voor de macht
van het kwaad.’ Jezus wil zijn leerlingen niet zo beschermen, dat ze
uit de wereld van chaos, onrecht, angst en leegte worden weggenomen.
Nee, Hij geeft hen een opdracht midden in de wereld. Datzelfde geldt
voor ons. In de wereld worden we gezonden om de Naam hoog te houden;
te zeggen tegen elkaar: ‘ik zal er zijn’. Hoe zou dat kunnen, denk
je? Wie ben ik? Maar dan bidt Jezus: ‘Zoals U Mij gezonden hebt naar
de wereld, zo heb Ik hen naar de wereld gezonden’ Niet vanuit onze
macht of kracht worden we gezonden, maar vanuit de kracht van de
heilige Geest.
Dat is, ervaar ik, de beweging in dit gebed van
Jezus. Als wij toeleven naar Pinksteren, dan willen we bidden om
zijn Geest, opdat we toegerust worden voor onze taak in de wereld.
Een taak – zoals ons is duidelijk geworden – die verwoord is in deze
evangeliedagen. Maar laten we bidden, dat de heilige Geest ons kan
raken, opdat we met Pinksteren gezonden kunnen worden.
|