Foto: Evangelie volgens Johannes
 Kennismaking
 Aanbod
 Spiritualiteit
   Liturgie
   Laatste Preek
   Matteüs
   Marcus
   Lucas
   Johannes
 Dagelijks leven
 Geschiedenis
 Contact
 Zoeken
 
 Leden           Slot

Preken: Johannes 17, 11b - 19

Door Koos van Etten

Het gebed van Jezus

Wat een tekst, prachtig van inhoud, maar ook moeilijk te doorgronden. Ik noem enkele hoofdlijnen.

Op de eerste plaats is Jezus hier aan het bidden d.w.z. Hij richt zich tot God, maar Hij doet dat in aanwezigheid van zijn leerlingen. Het is het slot van de afscheidsrede. Hij heeft al enkele hoofdstukken gecommuniceerd met zijn leerlingen, nu communiceert Hij met God die Hij zijn Vader noemt, d.w.z. Hij spreekt zich uit in het meest wezenlijke.

Vergelijkenderwijs kunnen we zeggen: ook wij hebben dagen met elkaar gecommuniceerd. Nu maken we het even stil en richten ons tot Hem die het meest wezenlijke is voor ons leven, tot de Bron van ons leven.

De eerste opening ligt bij het begin. Jezus zegt: ‘Heilige Vader, …’ Dat woord heilig komt hier in dit stukje evangelie herhaaldelijk voor: toewijden, heiligen, steeds hetzelfde woord in de oorspronkelijke taal. Dat woord ‘heilig’; wat betekent dat toch? Ik lees een gedeelte uit een commentaar: ‘Het begrip heiligheid kan duidelijk worden door te luisteren naar twee teksten. De ene komt uit de joodse liturgie van het begin van de sabbat. Daarin wordt beleden dat God heilig is, omdat niemand zijns gelijke is. Heilig zijn is: uniek zijn op de wereld; anders dan al het andere. De tweede tekst komt uit Lev. 19,2: Jullie zullen heilig zijn, want Ik ben heilig, de Heer uw God.’ Wat God doet, moeten ook wij doen: opkomen voor het unieke, het anderszijn van de andere. Het essentiële van heiligheid is dus: uniek zijn, het anderszijn. Het is een andere manier van zien en leven met de dingen. Het betekent: fijngevoelig worden voor het verborgen geheim in de dingen van het leven.’
U hoort het: het raakt aan wat we gelezen en gehoord hebben uit de artikelen van dr. Lascaris.

‘Heilige Vader, bewaar hen in uw Naam’. Welke Naam is dat? Sommigen zeggen: de Naam Vader; die heeft Jezus aan zijn leerlingen geopenbaard. Denk maar aan het ‘Onze Vader’. Anderen zeggen: het Tetragram. Het is een zoeken, want Hij is vaak ook de Onuitsprekelijke. Het Tetragram betekent vertaald: ‘Ik zal er zijn, zoals Ik er zal zijn.’ Het is de Naam die een belofte inhoudt: Ik zal er zijn; vertrouw er maar op. Maar ook een Naam die een programma inhoudt: Wees er! d.w.z. Ik, God, zal er zijn in de mate dat jullie er zijn.
Dat raakt mij. Hier zegt Jezus eigenlijk naar zijn leerlingen, dat zijn leven voltooid is; Hij heeft die Naam uitgedragen, Hij heeft die Naam gezicht gegeven. En Hij hoopt, dat zijn leerlingen zich daardoor zo laten opnemen, dat zijzelf die Naam zullen uitdragen in deze wereld.

Gebonden in de Ene, vraagt Hij dat zij één zullen zijn, niet uniform, niet allen gelijk. Het anderszijn wordt bewaakt, behoed, maar wel verbonden in die Ene. Voor ons geldt hetzelfde. Ik zie het in het leven van Jezus: Hij is zijn leerlingen heel nabij geweest. Hij heeft hen geroepen; zij zijn Hem gevolgd. Hij heeft ze verteld wat Hem bezielde. Hij heeft het meest wezenlijke doorgedragen. tegelijk bleef er afstand d.w.z. ze waren uniek, heel anders. En Hij heeft hen opgeroepen hun eigenheid helemaal te doorleven, met een eigen opdracht, een eigen taak.

Actueel gemaakt naar de afgelopen evangeliedagen, moet ik denken aan ons, die de communauteit willen vormen. Wij verlangen om Gods Naam hier present te stellen, door ons leven gezicht te geven aan die Naam die ook vertaald kan worden met: liefde. In Jezus heeft God gezicht gekregen, maar dat willen wij in de tijd voortzetten, door onze aanwezigheid voor allen die hier binnenkomen. Maar voor jullie die van ver komen, geldt hetzelfde. Om het maar te zeggen met de woorden van Kees Schrauwen: "Als wij in Breda er niet zijn voor de mensen die bij ons komen inlopen, dan is er niets; het vraagt van ons er te zijn.’ Of met de woorden van Gerard v.d. Ven: ‘Het gaat om de liefde; de liefde drijft ons naar mensen toe’.

Jezus bidt verder met te zeggen: ‘Ik vraag U niet hen uit de wereld weg te nemen, maar hen te behoeden voor de macht van het kwaad.’ Jezus wil zijn leerlingen niet zo beschermen, dat ze uit de wereld van chaos, onrecht, angst en leegte worden weggenomen. Nee, Hij geeft hen een opdracht midden in de wereld. Datzelfde geldt voor ons. In de wereld worden we gezonden om de Naam hoog te houden; te zeggen tegen elkaar: ‘ik zal er zijn’. Hoe zou dat kunnen, denk je? Wie ben ik? Maar dan bidt Jezus: ‘Zoals U Mij gezonden hebt naar de wereld, zo heb Ik hen naar de wereld gezonden’ Niet vanuit onze macht of kracht worden we gezonden, maar vanuit de kracht van de heilige Geest.

Dat is, ervaar ik, de beweging in dit gebed van Jezus. Als wij toeleven naar Pinksteren, dan willen we bidden om zijn Geest, opdat we toegerust worden voor onze taak in de wereld. Een taak – zoals ons is duidelijk geworden – die verwoord is in deze evangeliedagen. Maar laten we bidden, dat de heilige Geest ons kan raken, opdat we met Pinksteren gezonden kunnen worden.