|
|
Preken: Johannes 15, 9 - 17
Door Nel van Cuijk, gehouden op 21 mei 2006
Ik
ben ook maar een mens, zoekend naar liefde
‘Vitaal aan gemeenschap bouwen’, daarover zullen we over enkele
dagen samen spreken op onze gemeenschapsdagen. Wat zullen dat voor
dagen worden, hoe zullen we ons voelen? Zijn we in dit jaar van
communicatie zoals ons met nieuwjaar is aangezegd ook tot
communicatie gekomen? Openheid, transparantie, is dat alleen voor
het bestuur of geldt het ook voor ons, openheid en transparantie
over hoe we onze dagelijkse dag invullen? Hebben onze dagen met de
aanwezigheid van God te maken, is de Heer van leven in ons doen en
laten tastbaar voor onszelf voor anderen? Zien mensen dat wij leven
in Christus, in een christelijke spiritualiteit? Gemeenschapsdagen
lijken mijns inziens op de dagen die de leerlingen met Jezus
doorbrengen zoals dat nu door Johannes beschreven wordt. Ze zijn
samen, ze zijn de meest nabije kring om Jezus, zij zijn de mensen
die in ieder geval tot nu toe bij hem gebleven zijn, bijeen gebleven
zijn. Er is wel een groot verschil. Het is de laatste of een van de
laatste dagen dat Jezus bij/met zijn leerlingen is. En ik denk dat
het niet onze laatste gemeenschapsdagen zijn.
De
dagen waar Johannes over vertelt, zijn dagen van afscheid, dagen met
een mengeling van angst en onrust, met een mengeling van vreugde en
verdriet, van onbegrip en van zulke mooie woorden dat de tranen er
bij in je ogen springen. Want wat is er mooier om te horen dan dat
de God van Jezus en Jezus zelf de leerlingen liefhebben. En dat in
die liefde blijven, verbonden blijven een vreugde geeft die volkomen
is. En dat zij uitgekozen zijn en gezonden, en vrucht zullen dragen.
Iets mooiers bestaat er toch niet? Ze hebben er niets voor hoeven
doen, want “niet jullie hebben mij uitgekozen maar ik jullie”.
En ze
zijn geen slaven meer, dienstknechten, mensen die alleen maar uit te
voeren hebben wat de baas zegt. Nee, ze zijn vrienden geworden,
misschien nog niet van elkaar maar wel allemaal vriend van Jezus. Zo
noemt hij hen.
De
eerste keer dat er sprake is van vriend zijn, vinden we in Exodus.
“De Heer spreekt tot Mozes zoals iemand spreekt met zijn vriend”,
staat er, “van aangezicht tot aangezicht”. Er is geen verhulling,
geen geheim tussen die twee; er is sprake van openheid, van gekend
zijn en gekend worden – wederzijds. En zo, lijkt Jezus te zeggen is
het ook tussen mij en jullie, een slaaf weet niet wat zijn Heer doet
maar ik heb jullie alles laten zien, alles meegedeeld wat ik van de
vader, wat ik van God gehoord heb, wat ik weet en denk over God, dat
alles heb ik jullie verteld.
En
zijn enige opdracht is, het enige wat zij te doen hebben is
liefhebben, is elkaar liefhebben. Vertrouwelijkheid, elkaar kennen,
intimiteit, het hoort in de liefde maar in de ogen van Johannes
reikt het verder.
Wat
Johannes in dit stuk over liefde zegt zijn twee dingen voor zover ik
heb kunnen lezen. Het eerste is dat liefde verbonden wordt aan ‘mijn
geboden onderhouden’ en het tweede is dat de grootste liefde die
liefde is die zichzelf niet ontziet, sterker nog, de liefde van een
vriend is een vorm van liefde die als het moet ten koste gaat van
jezelf. Vertrouwelijkheid, intimiteit, emotie zijn aantrekkelijk in
mijn/onze ogen. Bij Johannes komt er plicht bij en inspanning.
Maar
nu weet ik en jullie waarschijnlijk ook wel dat liefhebben, elkaar
liefhebben een hele opgave is. Toch heb ik me ooit geweldig bevrijd
gevoeld en dat is nog zo toen ik ontdekte dat liefde meer is dan een
aangename emotie of gevoel maar een gebod, een wijze van in het
leven staan, een keuze van omgaan met elkaar. Dan past in liefde ook
verschil van mening en inzicht, want ik heb de liefde niet, het is
God die ons als eerste heeft liefgehad. Wij/ik heb(ben) de liefde
niet uitgevonden en hoef die dus ook niet krampachtig te bewaren.
En wat kunnen we in de Handelingen lezen over
liefde? Twee mannen, twee werelden twee culturen, twee mannen met
verschillende opvattingen, zeden, gewoonten ontmoeten elkaar. De ene
ziet in de ander iets goddelijks en valt op zijn knieën, de ander
zegt: ‘kom naast me, ik ben ook maar een mens’. In God, in de liefde
is er sprake van andere verhoudingen, is er geen aanziens des
persoons, is er ruimte voor het eigene, en de band die verbindt is
de band van de vreze des Heren. Heilige Geest maakt geen onderscheid
tussen joden en niet-joden. Heilige Geest is voor ieder die van
goede wil is en zij overwint de verschillen in opvatting, zeden en
gewoonten. Dat is, denk ik, een wijze van liefde die zichzelf niet
ontziet.
Ik
moet hier denken aan wat we de afgelopen week allemaal hebben kunnen
zien op TV en in de krant: twee vrouwen, twee werelden, twee
culturen botsten op elkaar. De één een gelovige uit de rechtse
blanke wereld, de ander een jokkende vluchtelinge uit de wereld van
de anders gekleurde mensheid.
Zij
(de laatste) is iemand die op de knieën viel voor vrijheid van
meningsuiting, voor democratie, voor vrijheid van godsdienst, voor
het aanklagen van godsdienst waar de godsdienst de liefde niet meer
diende maar knechting werd en onderdrukking, en de ander vecht
eveneens voor die waarden en toch zij kon haar niet laten opstaan
met de woorden “ik ben ook maar een mens”.
‘Ik
ben ook maar een mens en ik wil dat jij opstaat.’ Misschien is dat
een goede geest om de gemeenschapsdagen in te gaan.
|