|
|
Preken: Johannes 15, 1 - 8
Door Koos van Etten
Hoe doe je dat: verbonden blijven?
Op de Boerderij
staat een druivenboom, zoals u weet: in deze tijd van het jaar komen
er allerlei scheuten uit de stam, een prachtig gezicht. En we hopen
dat er in veel vruchten aan zullen komen. Jaren geleden is mijn
vader er een keer mee bezig geweest om die druivenboom te snoeien;
dat heeft indruk gemaakt. Daarom is dat beeld van de wijnstok mij
dierbaar.
Daaraan doet het evangelie mij herinneren. Opnieuw is er een
vergelijking, zoals vorige week over de herder en de kudde. Ook nu
begint Jezus te zeggen: 'Ik ben', waarmee Hij aanwezigheid aangeeft
en de Naam van God door laat komen. 'Ik ben de wijnstok en mijn
Vader is de wijngaardenier'. Hij ziet zichzelf verbonden met God,
die Hij zijn Vader noemt, en door Hem heen stroomt het leven naar
zijn leerlingen, als door de stam van een druivenboom naar de
takken, zodat ze vrucht kunnen dragen. Soms wordt er aan hen
gesnoeid, omdat er geen leven meer in zit, maar soms wordt er aan
hen gesnoeid om de rijkere vrucht te laten dragen. Dat laatste is nu
het geval, want Hij spreekt tot zijn leerlingen op een moment,
waarop Hij hen zal verlaten en zij angstig en onzeker achterblijven:
levensbedreigend, zowel voor Hemzelf als voor zijn leerlingen. Maar
Hij spoort zijn leerlingen aan om met Hem verbonden te blijven: 'Ik
ben de wijnstok en jullie zijn de ranken.'. Zo is het nu, maar houdt
het ook vast, want zonder Mij, zegt Hij, kun je niets, raak je los
en zal je leven verdorren. Maar met Mij verbonden kan je leven
voller worden, kom je op je eigenlijke bestemming van wie je van God
uit bedoeld bent, en zul je rijke vrucht dragen.
Hoe doe je dat:
verbonden blijven? Op de eerste plaats door zijn woord in je op te
nemen, zegt het evangelie. Door zijn woord te horen, hier in de
kapel of door door het stil te bemediteren. Op de tweede plaats door
dicht te blijven bij degene met wie je verbonden bent, ook al voel
je dat misschien niet. Dus door dicht te blijven bij wie je een bron
van leven vindt. Maar er is nog een derde mogelijkheid, die ons in
deze tijd uitdaagt, en die wordt weergegeven in de eerste lezing.
Die eerste lezing uit de Handelingen van Apostelen gaat over de
gemeente van Jeruzalem, korte tijd na de dood en verrijzenis van
Jezus. Paulus is aangekomen in de stad en doet zich voor als
volgeling van Jezus. Maar de gemeente is bang en voelt zich
bedreigd, omdat kort tevoren Paulus van hen is weggegaan als een
vervolger: iemand die hun leven bedreigde en hen aangaf bij de
overheid. Nu komt die man ineens zeggen dat hij volgeling geworden
is! Ze kunnen het niet geloven. Dan is er iemand als Barnabas die
het voor Paulus opneemt, hem bij de apostelen brengt en vertelt hoe
de Heer hem is overkomen op weg naar Damascus. Zo wordt hij
geaccepteerd en kan hij zich vrij bewegen tussen de leerlingen. Er
komt weer adem. Tenslotte wordt het leven van Paulus zelf bedreigd:
Griekssprekende joden willen hem gevangen nemen en doden. Dan zijn
er de broeders, staat er, die hem wegsturen naar Tarsus, zijn
geboorteplaats: een broederlijke dienst. Pas dan is er vrede, komt
er adem en komt er ruimte vrij.
Hoe doe je dat:
verbonden blijven? Dat is zo iets als Barnabas deed naar Paulus: de
ander opnemen en binnenbrengen, zodat die tot zijn recht komt. Of
zoals de broeders te Jeruzalem deden: de ander waarschuwen, als zijn
leven gevaar loopt en hem de weg wijzen, een nieuwe kans van leven.
Ik denk hier aan Hans Tennekes: een man die voor ons eerst vreemd
was, een professor met een heel eigen mening! Maar hij is door
vrienden hier heel persoonlijk opgenomen en is vruchtbaar geworden
tussen ons in. Dat opnemen kan gebeuren op sommige kritieke
ogenblikken, als de nood hoog is, maar ook - vermoed ik - in de
dagelijkse dag: hoe hebben we elkaar nodig, hoe blijven we met
elkaar verbonden? Niet door zonodig jezelf binnen te brengen, maar
door de ander op te nemen - in een gesprek, in een ontmoeting, in
een bijeenkomst - zodat die ander tot zijn recht komt en op zijn
bestemming komt. Ik denk dat er voor ons in dat opzicht een heel
terrein openligt. Door erop in te gaan, bouwen we gemeenschap op en
ontstaat verbondenheid..
Het beeld van de wijnstok is een beeld van de
gemeente/ de gemeenschap. De aandacht ligt nu niet zozeer op wat wij
persoonlijk zouden moeten doen, maar op ons gezamenlijk leven, met
een oproep tot persoonlijke verantwoordelijkheid. Zo willen we
tijdens de evangeliedagen aan de slag gaan met gedeelten uit onze
geschiedenis, opdat ons leven een nieuwe glans kan krijgen en wij
rijker vrucht gaan dragen, in de toekomst.
|