|
|
Preken: Johannes 15, 1 - 8
Door Jan Rooijakkers
Zo zult ge mijn leerling zijn!
Geen mens wil verdord raken, zoals die
woestijnroos hier vlak vóór me zojuist nog was. Geen mens wil
verdord of verpieterd leven. Ik niet in elk geval, en u kunt kiezen
of u dat ook wilt of niet. Kijk naar die woestijnroos: zojuist was
ze nog verdord, maar nu ze in het water gedompeld is, brengt al haar
energie haar zienderogen tot bloei! Anderzijds denk ik aan de
bloemen op het Keukenhof: daar staan honderden en duizenden op een
rij. Wil ik zijn zoals die tulp op rij 37 als nummer 3500, die er op
commando met datum en al voorgeprogrammeerd is? Nee, dat is ook niet
waarvan ik droom en u kunt opnieuw een keuze maken, of dat wilt of
niet.
Het levensgevoel waar ik zojuist over sprak,
heeft een dubbele kant: ik wil vrij leven met een zelfwaarde en een
eigen identiteit, en toch wil ik niet in de woestijn leven, met
niets en niemand om heen. Dat levensgevoel is niet van mij alleen,
maar zie ik bij velen in deze tijd. Het komt komt voort uit onze
tijd die prikkelt tot vrijheid, tot bevrijding van dwang en druk van
buiten, en ons niet wil laten leven in een onpersoonlijke
uniformiteit.
Dit kan me tot
allerlei gedachten brengen, maar laten we van hieruit nu eens kijken
naar de tekst van het evangelie van vandaag en luisteren naar wat
Jezus te zeggen heeft. In dit stukje evangelie zegt Jezus wel een
paar keer tot zijn leerlingen: wie in Mij blijft draagt rijke
vrucht. Golden die woorden alleen voor zijn leerlingen toen of
gelden die woorden ook nu voor ons? Ze roepen bij mij de vraag op:
hoe was de band van Jezus met zijn apostelen, met zijn leerlingen,
die Hij even verderop in dit evangelie vrienden zal noemen? Wat
betekent dat ‘in Hem blijven’? Hij zei niet dat ze hetzelfde moesten
zijn, zoals Hij. Hij zei: Blijf in Mij. Hij maakte hen dus
niet tot een evenbeeld, maar ze werden vriend en zo gebeurde er van
binnenuit een omvorming. Wat er tussen Jezus en de apostelen
gebeurde, zou je in twee kernwoorden kunnen samenvatten: roepen en
zich laten raken.
Waarom ga ik in op
de roep van Jezus en wil ik bij Hem horen? Niet vanwege de dogma’s,
de kerkelijke leer of de theologie. Dat heb ik wel een tijdje zo
gedacht, maar dat is niet meer waar voor mij. Ik wil leerling van
Hem zijn en geef antwoord op een roep, omdat Hij me raakt.
Datzelfde hoor ik ook in de eerste lezing In de Handelingen van de
Apostelen staat, dat Barnabas zich het lot aantrok van
Paulus, en hij bracht hem bij de apostelen. De geleerde en heftige
Paulus, de kerkvervolger, paste niet zo maar bij de apostelen: die
vroegere vissers, die jarenlange vrienden van Jezus. Er was een
vreemdheid tussen hen en die vreemdheid had hen ook kunnen
verwijderen van elkaar. Maar gelukkig is het anders gelopen en was
Barnabas er die zich zijn lot aantrok. Door de inzet van
Barnabas, ook zelf niet behorend bij de belangrijkste leerlingen, is
Paulus op zijn plaats gekomen. De kerk is erdoor bevrucht en er ook
wezenlijk door veranderd. Het leven van Paulus heeft vrucht
gedragen.
Op dit laatste
wijst Jezus op het eind van dit stukje evangelie: Dan ben je een
goede leerling, als je vrucht draagt. Vertaald betekent dit:
blijf met je voeten in de goede grond staan, bij Mij, ja in Mij,
want Ik ben nu eenmaal in de Vader geworteld. En wees met je hart
gericht op vruchtbaarheid, naar buiten: zoals bij een bloem of een
druif. De vrucht is er enerzijds om die te laten stralen, om ernaar
te laten kijken en anderzijds voor de mens om ervan te genieten en
ervan te eten. De vrucht is er dus niet voor zichzelf, want eet de
boom zijn eigen vruchten? Nee! Ze zijn voor anderen, persé. Een boom
werpt ‘vruchten af’ en zo is het ook bij ons, mensen: je werpt
vruchten af. Ze zijn niet bedoeld om je eigen huis of wat dan ook op
te bouwen, neen, de beweging gaat naar buiten toe, voor anderen ben
je vruchtbaar.
Deze woorden van Jezus geven ons dus een
richting. We zullen iets ‘samen’ moeten doen of ’bij elkaar’ moeten
zijn in zijn Naam, maar niet door elkaar te omklemmen en vast te
houden of bij elkaar te blijven als in een warm nest. Nee, we willen
een gemeenschap van mensen vormen die openstaat staat naar anderen,
naar buiten gericht, door een bezieling, door een geestkracht.
|