|
Preken: Johannes 10, 11 - 18
Door Monique
Lejeune, gehouden op 7 mei 2006
‘Ik ben de goede herder’
Toen
ik met mijn zussen en broer een paar dagen weg was en we onze
verhalen aan elkaar vertelden, zei een van mijn zussen:
“Er
is mij iets wonderlijks overkomen, toen ik mijn eerste kleinkind in
mijn armen had en tegelijkertijd bij het bed van mijn dochter zat,
die vocht voor haar leven. Het was alsof veel stof en verdriet van
mij afviel. Er kwam een nieuwe opdracht naar me toe: leven in de
spanning van nieuw leven en tot het einde toe vechten voor leven. Ik
kon niet meer terug.”
Het
raakte mij enorm en ik moest er weer aan denken bij de lezingen van
deze zondag. Misschien ook wel, omdat het de kern van mijn geloof in
Jezus raakt.
Want
laten we eerlijk zijn: het is geen erg sympathieke Jezus die daar,
zo door Johannes getekend, naar ons toekomt. Minstens is hij
behoorlijk arrogant.
Het
vraagt dan ook om door te luisteren en je te realiseren, dat het
Johannes is die spreekt en zijn getuigenis wil doorgeven. En dat kun
je niet zomaar uit de context halen van zijn hele evangelie.
Hij
wil benadrukken, dat Jezus kwam om eenheid te scheppen, te
bemoedigen. Daarom laat hij die Jezus zichzelf dan ook de goede
herder noemen..Dat is zijn wezen, zijn identiteit, daar gaat hij
voor ten einde toe.
Johannes stelt daar tegenover de huurling, de betaalde kracht, die
geen hart heeft voor de schapen, ze zijn niet werkelijk van hem. Hij
slaat op de vlucht zodra het hem tegenzit en laat alles en iedereen
in de steek. Hij kent niet echt en weet niet wat liefde in een mens
vermag!
En
juist dat is de kracht van Jezus’ leven geweest: kennen is
liefhebben en dat maakt je zo vrij, dat je je leven totaal in durft
te zetten. Jezus wijkt niet als het gevaar van de wolven dreigt, wie
die wolven ook mogen zijn. Hij is ervoor gegaan om mensen samen te
brengen, hen te helen, hen te vragen mee te doen om de wereld vol
vrede te laten zijn. En dat alles zit onder zijn ogenschijnlijke
arrogantie.
Ik
ben de goede herder….
Met andere woorden: ik zet mijn leven in met huid
en ziel, ik laat me door niets en niemand weerhouden om de weg van
de liefde te gaan. Een liefde die verder reikt dan de intimiteit
tussen mensen, maar die spreekt van universaliteit: mensen bij
elkaar brengen zonder aanzien des persoons.
En al
lijkt het een bijna bovenmenselijke opdracht, onze heer en vriend
ging die weg, ook al waren er momenten van diepe huivering. Angst
was ook hem niet vreemd, maar hij week niet voor die spanning in
zijn leven en hij vraagt ons: ga mee, doe liefde en ga de weg, een
levensweg. Het is mogelijk ook al zijn er tijden in je leven, dat je
denkt: ik -we- halen het nooit. Want soms is de spanning niet te
harden, soms denken we dat we in vrijheid spreken en doen, terwijl
we alleen maar ons eigen hachje proberen te redden, of de macht in
eigen hand houden, of selecteren: jij wel jij niet!
Maar
voorbij eigen belang en angst schuilt een werkelijkheid, die
vrijheid heet, die je woorden in de mond geeft die misschien wat
arrogant lijken, maar die je wegen doet gaan die je zelf voor
onmogelijk hield.
Wie
ben ik, dat ik dit durf te zeggen? Ik met mijn soms bange
hazenhartje. Maar ik geloof, dat het mogelijk is.
De
goede herder…niemand uitgezonderd…ieder mens is het omhelzen waard.
Geen
mens valt uit de hand van de enige. Als we niet wijken voor de
spanning, waarin het leven ons telkens weer zet, als ik de ander
toch weer in de ogen durf te zien ondanks alles.
Een
lange weg om te gaan, maar er is iemand die hem gegaan is, en steeds
in de geschiedenis waagden mensen die sprong.
We
mogen ons daarbij voegen, omdat we daartoe genodigd zijn, maar ook,
omdat we zo hier bij elkaar zijn. We mogen vertrouwen, dat de
geestkracht ons daartoe steeds weer gegeven wordt en dat in
moeilijke tijden er altijd iemand is die ons bij de hand wil nemen.
|