|
|
Preken: Johannes 10, 11 - 18
Door Tineke Renkema
Hoop die niet sterven wil, liefde die
blijft!
Dit is de vierde zondag van Pasen en weer opnieuw
een gelegenheid om stil te staan, te luisteren om iets (altijd maar
iets) op 't spoor te komen van wat dood en opstanding zou kunnen
betekenen. Nu geen verrijzenisverhaal, zoals we de laatste zondagen
gewend zijn, maar een verhaal wat laat zien wie Jezus is. Een
verhaal waarin de evangelist Johannes, deze getuige van Jezus' leven
en dood, zijn ervaring met Hem aan ons doorgeeft. Wij mogen vandaag
met Johannes' ogen meekijken en proberen met hem iets te verstaan
van een blijde boodschap, iets te verstaan van Pasen.
'Ik ben': Zo
begint deze lezing. Daar is het weer, het 'Ik ben'. Het Ik ben, dat
getuigt van aanwezigheid, er zijn, er zelf helemaal zijn,
beschikbaar zijn. Het 'Ik ben', waar de Godsnaam in doorklinkt:'Ik
zal er zijn'.
Ik ben de goede herder. Een herder, die beschermt, die bijeenbrengt,
terugbrengt wat verloren dreigt te gaan, een herder die volkomen te
vertrouwen is.
Daarin onderscheidt zich een goede herder van een herder, die zich
niet bekommert om zijn schapen en hen in de steek laat als de wolven
komen.
Ja, er zijn
allerlei gevaren, wolven, die de kudde, die ons, bedreigen. We
kennen het, die levensbedreigende situaties, alles wat ons leven van
binnenuit aantast, lichamelijk, door ziekte, maar ook geestelijk,
door somberheid, driften waardoor we overvallen worden, onze
gevoelens van vervreemding, niet bij onszelf zijn, van verlatenheid.
Gevaren ook van buitenaf doordat we worden gekwetst, niet erkend,
niet geloofd, met geweld bedreigd.
Wat doet dat met ons als de wolf ons overvalt en er geen goede
herder bij ons is? We worden uiteengedreven, zo staat er. We raken
geïsoleerd, zo lees ik, niet verbonden, louter en alleen aan onszelf
overgelaten. Of wij verbonden blijven is dus afhankelijk van deze
herder en afhankelijk van of wij ons door Hem laten verbinden.
Samenleven in zijn Naam, zeggen wij.
Kunnen wij deze afhankelijkheid aanvaarden, wij die zo gericht zijn
op onze autonomie, onze onafhankelijkheid? Om wat voor soort
afhankelijkheid gaat het dan? Zeker niet een kinderlijke
afhankelijkheid, waardoor we onze vrijheid en verantwoordelijkheid
niet op ons nemen, maar wat dan wel? .
En als wij ons dan zo afhankelijk weten, zo toevertrouwen aan wie of
wat vertrouwen wij ons dan toe?
Daarvoor is het
belangrijk te weten, te kunnen onderscheiden tussen
een goede herder en een herder, die, als we bedreigd worden, het af
laat weten?
Het onderscheid laat zich allereerst zien in het aanwezig blijven,
wat er ook gebeurt, het blijven present stellen van het 'Ik ben'.
Hij geeft zijn leven!
Ook laat het zich zien in de kwaliteit van aanwezig zijn: Hij
bekommert zich om zijn schapen. Hij is bewogen. Zij, wij doen ertoe,
wij zijn van gewicht voor Hem. En dat hebben wij juist zo nodig,
omdat we het vaak moeilijk vinden om te geloven dat wij van gewicht
zijn, ertoe doen.
Beide 'aanwezigheid' en 'bekommernis' vindt zijn grond in het
'kennen', begreep ik. Wat Jezus tot goede herder maakt en zich doet
onderscheiden van anderen is het 'kennen' van zijn schapen en het
door hen 'gekend zijn'. Er is sprake van een wederkerigheid in dit
'kennen' En we weten het: 'Kennen' duidt in het bijbelse
spraakgebruik op een diepe persoonlijke liefdevolle relatie.
Het is het allerbelangrijkste in ons leven, gekend te zijn, bij je
naam genoemd, daar verlangen wij naar! Rie en Harry, die hier
gisteren getrouwd zijn, lieten hier iets van zien, toen zij zichzelf
en de ander, kenbaar maakten aan het begin van de dienst.
Dit 'kennen' en 'gekend zijn' tekent, kenmerkt Jezus en vindt voor
Hem zijn oorsprong in de relatie tot God, die Hij zijn Vader noemt.
Deze relatie wordt door Jezus tastbaar gemaakt. Jezus leeft met zijn
medemensen, zoals Hij met de Vader leeft, zo heeft Johannes Hem
ervaren. Johannes heeft zich gekend gevoeld en had Jezus lief.
"Kunnen wij onze afhankelijkheid aanvaarden, aan
wie of wat vertrouwen wij ons toe?" : vroeg ik. Het antwoord dat ik
vond: Ja, maar alleen binnen de relatie van 'gekend zijn' en
'kennen', alleen in de liefde, is het echt mogelijk ons afhankelijk
te weten, onze afhankelijkheid te aanvaarden, ons toe te vertrouwen.
Dat liefhebben,
dat gekend zijn, zoals Jezus dat toont, zichtbaar maakt, betekent,
dat Jezus bereid was zijn leven te geven.
"Ik geef het uit eigen vrije wil. Daartoe heb ik de macht, zowel om
te geven als terug te nemen", zo verwoordt de evangelist Johannes.
Wat betekent dat 'macht' hebben? Hem is toch zijn leven ontnomen?
Hij is toch door de wolven verslonden, van het leven beroofd? .
Macht om het leven te geven en terug te nemen? Hij is toch
machteloos ten onder gegaan? Welke blijde boodschap brengt ons hier
Johannes?
Betekent het dat deze mens Jezus geen slachtoffer is van geweld?
Betekent het, dat Hij die machteloos ten onder is gegaan,
uiteindelijk gezien kan worden als iemand die de beschikking hield
over een eigen vrije wil, de macht had het leven te geven en het
terug te nemen?
Zou dit niet de ervaring van Johannes kunnen
zijn, zijn blijde boodschap over Jezus, die Hij ons door wil geven,
nadat hij er lange, lange tijd mee heeft geleefd? Langzamerhand
ontdekken, al levend met dood en gemis, teleurgesteld en ontmoedigd,
toch ervaren dat er een mogelijkheid is om boven het uitzichtloze,
het machteloze uit te komen. Langzamerhand beseffen dat de hoop, die
ontstaan is in het leven met Hem, dat die hoop niet sterven wilde en
dat de liefde bleef.
De blijde
boodschap voor ons nu, zoals we hier zitten: We kunnen ons
machteloos voelen t.o.v. de soms zo pijnlijke realiteit van dood en
gemis van onze geliefden, machteloos doordat we soms moeilijk leven
met onszelf, met elkaar, elkaar niet geloven, niet kennen,
ontmoedigd omdat de droom van met elkaar leven zo moeilijk blijkt.
Het is zo, dat de wolf ons uiteen kan drijven, zodat we geïsoleerd
raken, onverbonden.
Maar Johannes laat ons door dit evangelie zien, dat wij langzaam
maar zeker, iets kunnen ervaren van hoe onze droom te bewaren, te
geloven dat het steeds weer mogelijk is ons in te voegen in de
relatie van Jezus met zijn Vader, in een verhouding van 'gekend zijn
en kennen' en Hij zo steeds aanwezig, in ons midden, blijft.
Zo willen wij geloven en gemeenschap zijn, leven in zijn Naam: Hoop
die niet sterven wil, liefde die blijft. Pasen! Zo kunnen wij aan
tafel gaan en dit vieren. Liefde die blijft!
|