Foto: Evangelie volgens Johannes
 Kennismaking
 Aanbod
 Spiritualiteit
   Liturgie
   Laatste Preek
   Matteüs
   Marcus
   Lucas
   Johannes
 Dagelijks leven
 Geschiedenis
 Contact
 Zoeken
 
 Leden           Slot

Preken: Johannes 12, 20 - 33

Door Tineke Renkema

Met het oog op dit uur ben ik gekomen

Dit is het laatste hoofdstuk in Johannes waarin Jezus in het openbaar optreedt, daarna trekt hij zich met zijn leerlingen terug. Er zijn pelgrims in de stad om het Paasfeest te vieren, het grote feest van een God, die omziet naar zijn volk, een God die bevrijdt, die onze vrijheid wil.
Onder de pelgrims zijn ook Grieken en zij willen Jezus ontmoeten. Er staat eigenlijk: Zij willen Jezus zien. Zien in de betekenis van het diepe zien, zien wie iemand echt is, wat iemand in zijn geroepen zijn is. Grieken, vreemdelingen, waarom wordt dat speciaal vermeld? Is het om duidelijk te maken dat de boodschap van Jezus niet beperkt is tot het joodse volk, daar en toen, maar ook de hele wereld geldt, hier en nu, ons? De volle reikwijdte wordt zichtbaar.
Stellen wij dan ook, zoals wij hier vandaag zitten, met de Grieken van toen, ons de vraag om Jezus te zien? Eenmaal die vraag gesteld, dat verlangen uitgesproken kunnen we ook luisteren naar het antwoord dat Jezus aan ons, via de evangelist geeft.

Jezus begint met te zeggen: "Het uur is gekomen dat de mensenzoon verheerlijkt wordt". Eerst iets over dit uur. In het begin van het Johannesevangelie wordt al over dit uur gesproken. Het uur is niet een tijdstip. Het is een tijd voor het volbrengen van waartoe Jezus is geroepen, een cruciaal, beslissend gebeuren, waar alles van afhangt, de uiteindelijke betrouwbaarheid, de waarheid van wat Hij heeft geleerd en geleefd wordt al dan niet zichtbaar. Dit geldt ook voor ons leven, voor elk mensenleven, dat er van deze beslissende momenten zijn! Laten we zien hoe Hij hiermee omgaat.

Jezus gebruikt dan het beeld van de graankorrel die moet sterven, wil hij vrucht dragen. Sterven om te leven, je leven verliezen om het te behouden. Als de graankorrel zich daaraan waagt, waagt te sterven, dan wordt het aanvankelijke zeer harde vlies erom steeds zachter, totdat de kiem kan doorbreken: Leven, dat zich ontvouwt, licht dat doorbreekt. Jezus heeft met dit beeld geleefd, zo is het door de evangelist verstaan. Je leven prijsgeven, jezelf verliezen?. Het kan niet de bedoeling zijn om jezelf niet te ontwikkelen, jezelf niet te ontplooien. Het kan er niet om gaan om de weg te gaan van iemand naar niemand worden. Een ding is zeker: jezelf verliezen kun je niet "maken", want al je pogingen om jezelf op te offeren, aan jezelf voorbij te gaan, zullen alleen maar leiden tot een nog groter ego, tot een nog groter zelf. Kijkend naar Jezus zien we juist dat jezelf verliezen juist de totale inzet van jezelf vraagt. Is niet aan Hem te zien dat jezelf verliezen juist geen voorwaarde is voor liefde, maar een gevolg? Is het niet zo, dat wanneer de liefde groeit er als het ware vanzelf ook meer plaats komt voor de a(A)nder. De liefde groeit, wanneer het besef groeit, dat God als eerste ons heeft liefgehad. Zelfverlies: Niet niemand worden, niet aan jezelf voorbij gaan, maar liefde toelaten, ontvangen, zelf liefhebben en daardoor opengaan, leven, gelovend dat dat blijvend is tot in eeuwigheid.

Dit beeld van de graankorrel zo uitwerken kan echter niet zonder het besef van wat dit vraagt om zo, met heel je hart, je ziel en je verstand in de liefde van God te geloven, dit te leven, zichtbaar te maken en er trouw aan te blijven.

Nu het zover is, zegt Jezus, nu het uur gekomen is, nu het erop aan komt, nu is mijn ziel ontsteld. Jezus laat zien hoe het Hem vergaat oog in oog met de dood, een gewelddadige dood te staan. Het gaat om een beslissende keuze:" Zal ik dan zeggen: Vader: bespaar mij dit uur?" Er lijkt geen spoor van twijfel, door alle ontsteldheid, angst heen: " Nee, want daarom ben ik juist gekomen: met het oog op dit uur. Vader, verheerlijk uw naam!" Het is onvoorstelbaar, dat Jezus de moed heeft gehad het donkere gat van de dood te duiden als verheerlijking van de Naam. Jezus blijft zich verbinden met de Naam van de Vader, met de gewelddadige dood voor ogen.
De Naam?: Ik ben, die Ik zijn zal. Ik ben de Heer, uw God, Ik ben, zongen wij aan het begin de dienst. Ik ben, die Ik zijn zal, zo maakte God zich aan Mozes bekend. Zo heeft Jezus in zijn leven willen laten zien, dat God met ons is, aanwezig, als een Vader. Hij heeft zichtbaar willen maken dat God leven en liefde is. En nu, nu Hij op het punt staat dat zijn leven hem ontnomen wordt, nu zijn hart ontsteld is en bang, juist nu, zo vertelt ons de evangelist, laat Hij zien dat Hij trouw blijft aan deze roeping. Zo voltooit Hij zijn opdracht. De ware aard van Jezus openbaart zich in het verbonden blijven met God zijn Vader, juist ook in het uur van ontsteldheid, angst. Leven, liefde: Sterker dan de dood.

Zo wordt ons, hier en nu, de mogelijkheid geopend, geopenbaard, ondanks alles wat daarmee in tegenspraak is in deze wereld, in ons samenleven, in ons persoonlijk leven, trouw te zijn aan een God, die ons liefheeft en leven geeft.
Aan Jezus kunnen wij zien, hoe een mens kan leven oog in oog met de dood. Dat het mogelijk is in onze ontsteldheid, onze angst, wanneer we geen enkele greep meer hebben op wat met ons gebeurt, trouw te blijven aan onze roeping. Natuurlijk wij zijn bange, verwarde, ontstelde mensen en met Jezus, hebben wij er in deze wereld alle reden toe. We kunnen dat maar beter erkennen. Maar als de angst de overhand krijgt, dan is er geen leven meer mogelijk. Het gaat erom dat wij kunnen inzien, dat wij meer zijn dan onze angst. Stel dat Jezus toegegeven had aan zijn angst, misschien had hij daarmee jaren aan zijn leven kunnen toevoegen, maar dat was dan een leven geweest waarin hij zichzelf had verloochend. De vorst van de wereld zou niet zijn onttroond. Het echec zou volkomen zijn geweest en het zou hebben laten zien dat het niet mogelijk is voor een mens om op het aanbod van God om een Verbond te sluiten in te gaan.
Waar Jezus het waagt de laatste uitdaging van zijn leven aan te nemen en die niet uit de weg te gaan, daar roept Hij ons gehoorzaam te zijn, Hem te volgen, gehoor te geven aan onze roeping en deze niet te verloochenen. Dit evangelie houdt ons voor dat het mogelijk is ons door angst en onsteldheid heen ons steeds opnieuw weer toe te vertrouwen aan een God, die met ons is en zal zijn.
Dit kan geen van ons alleen, dit hoeft geen van ons alleen. Wij vormen immers samen gemeenschap in Zijn naam. Wij kunnen elkaar allereerst helpen in het vinden van onze roeping en elkaar bemoedigen in het ernaar leven. Dan wordt het mogelijk, in het beslissende uur van onze ontsteldheid en angst, iets van trouw te leven. Voor die mogelijkheid ons gegeven mogen wij dankbaar zijn.
Om ons hieraan te herinneren, gaan wij met Hem aan tafel, om deelgenoot te worden van Zijn trouw en dit te delen met elkaar.