|
|
Preken: Johannes 3, 14 - 21
Door Koos van Etten, gehouden
op 26 maart 2006
Het kwaad aankijken en tot omkeer komen
Enkele jaren geleden is de heer Landau hier
geweest, uit Israël, die samen met zijn vrouw het Open House in
Ramle leidt. Toen hij hier was, heeft hij dit stukje voorgelezen uit
2 Kronieken, dat God aan Cyrus, de koning van Perzië, had
opgedragen om in Jeruzalem weer een tempel te bouwen, het huis van
God, en dat de mensen weer konden terugkeren naar Jeruzalem. Hij
zei daarbij dat dit aan het eind van de Hebreeuwse bijbel staat en
dat de Joden daardoor tot de groet gekomen zijn: ‘Tot volgend jaar
in Jeruzalem’. Met die zin houden de Joden tot op de dag van vandaag
de hoop levend dat er altijd een omkeer in de geschiedenis kan
plaatsvinden, waardoor er nieuw leven mogelijk is.
Maar er is wel iets aan vooraf gegaan, zegt de
lezing: op een gegeven moment is de stad Jeruzalem verwoest door
de vijand, is de tempel in brand gestoken en is het volk in
ballingschap weggevoerd. Dat is een enorme klap geweest voor het
volk en pas na vele jaren ballingschap, - zeventig jaren,
staat er, - is het volk er weer bovenop gekomen, met medewerking van
de koning van Perzië. De schrijver kijkt nu terug op die
geschiedenis en trekt er deze conclusie uit: ‘Hadden we maar beter
geluisterd naar de profeten. Hadden we maar eerder onze
verantwoordelijkheid op ons genomen. Dan was het niet zover
gekomen.’ Dat was heel waarachtig van hem.
Zo houdt ook de evangelist Johannes met zijn
christengemeente de herinnering aan Jezus levend, door hun leven in
te richten naar het voorbeeld van Jezus. Zij ervaren Hem als de
Levende in hun midden, aan wie zij zich hebben toevertrouwd; als een
Licht in de duisternis en als een teken van Gods overstelpende
liefde, want, zo zegt de evangelist, zozeer heeft God de wereld
lief gehad dat Hij zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft. Maar er
is wel iets aan vooraf gegaan. De leerlingen waren Jezus gevolgd,
omdat hij vele machtige daden had verricht: nieuw élan had gebracht,
zieken had genezen en uitgestotenen weer had opgenomen. Toch is hij
uiteindelijk gevangengenomen en omgebracht als een gekruisigde:
onbegrijpelijk! In hun ogen was dat een vernedering, ja de
smadelijke ondergang van Jezus en het uiteenvallen van het groepje
leerlingen. Johannes kijkt nu op die gebeurtenissen terug en zegt
eveneens: ‘Hadden we als volk hem maar niet afgewezen en
uitgestoten. Hadden we maar eerder leren zien waar het kwaad
heerst.’ Hij gebruikt daarbij het beeld van de koperen slang in de
woestijn, zoals Mozes die had opgericht. Door naar de slang op te
kijken, werden zij gered d.w.z. kwamen zij tot inzicht en tot omkeer
van hun handelen.
Zo
kunnen ook wij kijken naar onze geschiedenis om ervan te leren. Zijn
we bereid met de ogen van het geloof te kijken en niet alle schuld
van wat er fout gaat op anderen af te schuiven? Durven we de dingen
aan te kijken die er mis gegaan zijn en tot inzicht te komen?
-
Kijken we b.v. hier naar Nederland: in de
laatste jaren is er veel verloren aan waarden en normen. We
staan versteld als er weer iemand door zinloos geweld om het
leven komt. Zo wordt het gebod ‘Gij zult niet doden’ telkens met
voeten getreden. We kunnen dit kwaad alleen maar keren, als we
weer open komen voor de eerbied voor de ander en voor de waarde
van het leven. Maar dat hangt ook van ons af.
-
Het kan nog dichter bij huis: naar onze eigen geschiedenis in de
gemeenschap. We erkennen dat er soms dingen fout zijn gegaan.
Dan kunnen we de schuld afschuiven op hen die ons zijn
voorgegaan, maar durven we ook ons eigen aandeel aan te kijken?
Dan pas kan er een sanering plaats vinden, een herstel van
verhoudingen.
-
We kunnen ook kijken in onze persoonlijke geschiedenis. In het
jaar 2000 ben ik naar Indonesië gegaan, niet alleen om mijn
medebroeders weer te zien, maar om tot herstel van verhouding te
komen: om te laten merken dat er iets fout gegaan was door mijn
toedoen en als het lukte, tot verzoening te komen. Zo is het ook
gegaan.
Uit
dit alles blijkt dat het mede van ons afhankelijk is, of we het
kwaad kunnen keren en nieuw leven mogelijk kunnen maken. Dat kan
alleen op grond van ons geloof, als we bereid zijn steeds om te
keren. Dat gaat niet zonder de andere kant van de medaille te zien:
dat er van God uit altijd vergeving mogelijk is.
Zo
kijk ik ook naar de manier waarop Kees Jonker reageert op wat hem
overkomt: hij geeft zich over aan de weg naar het einde, hij voelt
zich getroost door onze nabijheid en onze gebeden. Zijn hele leven
met alles wat er zich in heeft afgespeeld, krijgt daardoor zin. Hij
laat zien wat de waarde is van dit samenleven in Naam van Jezus,
terwijl hij er nog maar sinds enkele jaren is binnengaan. Mag dit
leven in Jezus’ geest uiteindelijk ook in ons de overhand hebben:
dat het licht het wint op de duisternis.
|