|
|
Preken: Johannes 2, 13 - 25
Door Nel van Cuijk
Op twee handen te tellen
Ik ontkom er niet
aan om naar de lezingen te luisteren met alles wat zich in onze
wereld afspeelt. Als ik vandaag een woord moet kiezen uit de tien
woorden die we zojuist gehoord hebben dan is het, het woord; jij
zult de naam van de Heer je God niet ijdel, niet lichtvaardig,
gebruiken. Of ik kan ook zeggen dat woord is het wat zich in mij
opdringt, dat woord heeft mij gekozen om iets te zeggen vandaag.
Je mag, jij zult de naam van de Heer niet misbruiken. Jij, ik, u, of
je nu alleenstaand bent, getrouwd, in gemeenschap woont, bij het
uitverkoren volk hoort of bij het uitgestoten volk, of je Amerikaan
bent of Irakees.
Jij, u en ik worden in die woorden aangesproken. Ze zijn tot mij
gericht en ik kan me nergens achter verschuilen. Jij, zult mijn naam
niet misbruiken.
Tien woorden, op twee handen te tellen, iedere
mens analfabeet of geleerd heeft tien vingers aan zijn of haar lijf
en weet dus, kan dus weten hoe je oorlog kunt voorkomen. Tien
woorden die als we ze zouden leven, op ons zouden nemen genoeg
zouden zijn om ook de spanningen in ons gezin, in onze familie, in
gemeenschap, in de wereld weg te nemen. In die tien woorden liggen
de richtlijnen vervat tot vreedzaam leven. Tot rechtvaardig leven.
Het zijn woorden van een bevrijdingservaring die niet vrijblijvend
is. Woorden die onderscheidingsvermogen vragen en de plicht ze te
doen. Het is goed om daar even bij stil te staan.
En dan horen we
van Johannes, over het misbruik van de tempel van de Heer. Als een
zeloot, als een geweldenaar, laat hij Jezus tekeer gaan tegen dit
misbruik maken van de plaats waar God beluisterd zou kunnen worden,
de plaats die de naam van de Heer draagt.
Een plek, een plaats waar God beluisterd kan worden kan nooit en
nergens een plaats zijn waar mensen denken dat ze met een soort
handel, koehandel, mishandel, werken, alsof God een aandeel is waar
je mee kan frauderen. Mis-handelen, onjuist handelen, economisch
mis-handelen bewerkt mishandeling, God kan nooit en nergens spreken
waar mensen hem voor hun eigen karretje willen spannen, waar mensen
mis-handelen. Niet in de kerk, niet in de tempel, niet in de moskee
en ook niet daarbuiten.
Mensen die zich gedragen zoals Jezus toen deed,
die de gevestigde orde doorbreken, zijn niet erg geliefd, nu niet en
toen niet. De ijver voor uw huis zal mij verteren en dat maakt dat
ik voor mijn broeders een vreemde geworden ben zegt psalm 69.
Woorden die door Johannes aangehaald worden
In zijn laatste
ultimatum aan Saddam Hoesein zegt Bush: binnenkort verdwijnt uw
tiran, de dag van uw bevrijding is nabij. Het lijken wel regels uit
een psalm maar het zijn de woorden van Bush waarmee de oorlog
gestart is. Allah is groot roept Saddam Hoessein en vermoordt zijn
eigen volk in grote mate en begeeft zich in de heilige oorlog.
Zou God werkelijk betrokken willen zijn in dit geweld, in deze
schending van mensen, van rechten, deze schending van leven.
Ik geloof dat de God van Mozes en Jezus, als ook de God van Abraham
en Mohammed die zegt jij zult mijn naam niet misbruiken en jij zult
geen beeld van mij maken, dat die God zich niet laat betrekken in
welke oorlog wij ook voeren of dat binnenshuis of buitenshuis is. Ik
weet werkelijk niet of er wel of niet oorlog gevoerd moest worden.
Wat ik zeker weet is dat ik weiger te geloven dat we in naam van God
oorlog mogen voeren.
Maak van het huis van mijn vader geen markthal horen we Jezus
zeggen.
Toch nog even wat over dat huis van mijn vader, de tempel of de
kerk, of de moskee. De tempel, de kerk, de moskee zijn niet heilig,
ze kunnen een plaats zijn waar God gevonden kan worden. Maar Jezus
zegt breek die tempel maar af, als de tempel of de kerk of welke
plaats dan ook jullie zo heilig zijn dat je er oorlog om gaat
voeren, dat je er een plek van maakt om je handel te drijven, breek
die tempel dan af.
De tempel waar God ten laatste en ten diepste woont is de tempel van
je lichaam, dat is de boodschap van Jezus die via Johannes tot ons
komt. God wil in mensen wonen, Hij ontstijgt mensen maar tegelijk
zijn het mensen die God op aarde gestalte geven.
Na zijn opstanding uit de doden herinnerde zijn leerlingen dat hij
dat gezegd had. Die gevaarlijke herinnering, gevaarlijk voor
machthebbers, voor uitbuiters, die herinnering die gevat ligt in de
tien woorden, in het leven van Jezus, dat God een kracht is in
mensen die voert van bevrijding naar vrijheid. Dat mensen wel mensen
kunnen doden maar dat God de mensen die stoppen met doden niet in de
steek laat. Dat is de uiteindelijke boodschap die Jezus ons
nagelaten heeft. Jezus heeft geweld gebruikt, hij heeft de mensen
die handeldrijven in het huis van God verjaagd met een zweep, hij
heeft geen mensen gedood hij ging liever zelf dood dan anderen de
dood injagen, en hij hield de naam van God hoog en daarmee redde hij
de mens, redde hij de menselijkheid.
|