|
|
Preken: Johannes
6, 51 - 58
Door Koos van Etten, gehouden op 20 augustus 2006
Je
leven breken en delen
Al enige weken wordt er voorgelezen uit het 6e
hoofdstuk van het Johannesevangelie: eerst over de
broodvermenigvuldiging, vorige week over Jezus als het ‘brood uit de
hemel’ en nu het laatste gedeelte van het broodgesprek over het eten
van zijn vlees en het drinken van zijn bloed. Wie is Jezus toch? Dat
is steeds de onderliggende vraag. We worden door hem meegenomen, ja
meegezogen de diepte in van zijn bestaan. Jezus geeft niet alleen
het brood, hij is ook het brood en nodigt ons uit met hem het brood
als symbool van ons leven, te ‘breken en te delen’.
Aan het begin van dit evangelie zegt Jezus: Ik
ben het brood dat uit de hemel is neergedaald. Ik bén dat brood,
ik ben het woord van God, ik ben het voedsel dat blijft. Dat is waar
hij vorige week al op wees. Nu voegt hij eraan toe: Dat brood is
mijn vlees, voor het leven van de wereld. ‘Vlees’ is het
zichtbare van ons, mensen, het kwetsbare, datgene wat vergaat als we
sterven. Het is hetzelfde woord als in Johannes 1,14: het Woord is
vlees geworden. Maar, zo zegt de evangelist, juist in deze
sterfelijke mens openbaart zich Gods liefde. Als mens is Jezus
beperkt, kwetsbaar, maar dat weerhoudt hem niet om zichzelf te
geven, als brood dat gegeten wordt, en dat precies geeft leven aan
anderen. Jezus is neergedaald uit de hemel, maar zal nog verder
neerdalen, tot op de bodem van zijn bestaan, tot aan het sterven op
het kruis. En toch: ook al zal Jezus aan deze levenswijze sterven,
zijn dood zal heilzaam zijn en leven geven aan de wereld. Geen
groter liefde kan iemand tonen dan zijn leven te geven voor zijn
vrienden.
Maar dan ontstaat er onderling ruzie tussen de
toehoorders. Hoe kan hij ons zijn vlees te eten geven? Hoe
kan dat nu? Onmogelijk! Voor de joodse toehoorders waren die woorden
al onverteerbaar, maar voor ons klinken ze net zo onverteerbaar. Als
iemand zich zo prijsgeeft tot het einde toe, ja zich wegcijfert om
anderen leven te geven, dan is dat toch niet te volgen met je
verstand. Maar Jezus trekt geen woord terug. Hij zegt het zelfs nog
scherper: Wie mijn vlees opeet en mijn bloed drinkt, bezit
duurzaam leven. Zijn vlees eten: letterlijk staat er opeten,
kauwen, doorslikken. Zijn bloed drinken klinkt bloeddorstig,
moorddadig. Het betekent zoiets als zijn woord doorslikken, zijn
levenswijze aanvaarden en zelfs zijn dood zo accepteren dat je er
zelf leven aan krijgt.
Het
blijft geheimtaal, liefdestaal, zoals een moeder tegen haar kind van
wie ze veel houdt, kan zeggen: ik zou je wel willen opvreten. Het is
geen taal die je kunt begrijpen met je verstand het is taal om op in
te gaan met je hart.
Wat betekent dit nu voor ons? Het is ingaan op
het gebod van Jezus: Een nieuw gebod geef ik je: heb elkaar lief.
Jezus laat zien hoe dat gebeurt: hij wast de voeten van zijn
leerlingen. In dat gebaar van dienen komt Gods liefde door. Het is
dus geloven dat ‘waar vriendschap heerst en liefde, daar is God’.
Het is: geloven dat mijn en jouw leven de moeite waard is, met al je
kwetsbaarheid en je beperktheid, als ook jij je leven durft te
breken en te delen.
Mag
ik dit verduidelijken met jouw leven, Greet. 50 jaar geleden heb je
je uitgesproken voor een religieus leven, een ‘leven voor God’,
bestemd voor de missie in Afrika. Maar je leven is anders verlopen
dan je toen dacht: je bent hier in deze gemeenschap terechtgekomen.
Toch draag je die geschiedenis nog steeds in je, blijf je via een
medezuster verbonden met de mensen in Afrika en deel je je leven
hier met velen. Zo gaat jouw weg van de liefde en die is vruchtbaar.
En die weg houdt niet op; die gaat ten einde toe.
Ik geef ook iets aan uit eigen ervaring. In mijn
vakantie heb ik een prachtige kerk gezien in Monreal: een kerk met
prachtige iconen. Toch verstond ik juist daar de oproep om niet naar
al dat moois uit het verleden te kijken, maar naar mijn eigen leven:
God wil met mij een weg gaan. Durf ik me daaraan toe te vertrouwen?
Ik huiver nog steeds bij die gedachte, want ik weet niet welk
risico’s dit leven met zich meedraagt.
Datzelfde geldt voor ons allen. En we worden nu uitgenodigd tot deze
viering van de eucharistie, waarin Jezus zijn leven breekt en deelt.
Wij mogen zijn lichaam eten en zijn bloed drinken. Daardoor zullen
we leven ontvangen, nu al, een leven dat duurzaam zal zijn.
|