|
|
Preken: Johannes
6, 51 - 59
Door Nel van Cuijk
Brood en woord voor onderweg
Ik was verheugd om hen die mij vroegen, ga mee naar het huis van
de Heer. Zo hebben we deze dienst geopend.
Een bijzondere viering vandaag.
Sacramentsdag en het sacrament bij uitstek is het vieren van
Eucharistie en dat doen we dan ook.
Zes jonge mensen Dionne, Willem, Thijs, Johan, Wouter en Ben hebben
in de afgelopen vijf jaar voldoende voedsel gekregen om op hun eigen
benen te gaan staan en hun eigen weg te volgen. Gelukkig hebben ze
nog ouders die daar dichtbij staan want 16/ 17 is al wel heel wat
maar ook nog jong.
Waar leven wij van, wat is voedsel
voor onderweg. Wat hebben we broodnodig.
Broodnodig is een dak boven ons hoofd, toch minstens een keer per
dag eten op tafel, geld om het noodzakelijke te kunnen kopen, om
naar pinkpop te gaan, kleding te hebben, een computer en een
telefoon. Een cd speler, je kunt wel zonder maar eigenlijk ook niet
in onze cultuur. Een goede opleiding. Ook belangrijk toch.
Dat is de materie en dat wie die nodig hebben is goed en dat we daar
voor werken is ook goed. Hebben we nog meer nodig.
Ik heb de gemeenschap niet nodig zeggen sommigen van die jonge
mensen. Ik ook niet in zekere zin. Maar wat heb ik wel nodig naast
de materie.
Wat ik wel nodig heb is mensen die iets om me geven, gewoon om mij,
om wie ik ben, vrienden, familie. Mensen waar ik bij hoor, bij wie
ik wil horen en die bij mij willen horen. Stilte heb ik nodig.
Spiritualiteit, een plaats waar ik op adem kan komen. Geest heb ik
nodig, iets van helderheid, eenvoud, een plek waar ik niet op mijn
hoede hoef te zijn, waar ik niet hoef te scoren. Een plek waar ik
tot mezelf kan komen en met mezelf in het reine kan komen. Het brood
heb ik nodig en het woord de materie en de spiritualiteit.
Dat vind ik allemaal hier in de gemeenschap, daarom heb ik die
gemeenschap nodig, ik kan wel ergens anders heen maar dan zoek ik
toch weer zoiets op. En omdat er wel meer mensen zijn die een plaats
zoeken om tot zichzelf te komen, een plek waar gezegd en gezongen
wordt ik was verheugd om hen die mij vroegen ga mee naar het huis
van de Heer, een plek waar God gezocht en gevonden kan worden daarom
hebben mensen de Hooge Berkt nodig, mij nodig, ons nodig.
En de Hooge Berkters hebben het woord nodig, even hard nodig als het
brood. Want zo'n plek is er niet vanzelf daar moet even hard op en
aan gewerkt worden als aan al die andere plekken waar je niet leeft
voor jezelf alleen.
En dat woord is een woord om te danken en een woord om te gedenken.
Bij Johannes lezen we vandaag dat
Jezus het levende brood is dat uit de hemel komt. Dat betekend
zoiets als, Jezus heeft geen brood, hij is het brood, Jezus heeft
geen boodschap hij is de boodschap.
Waarom wordt iemand iets bijzonders, omdat hij of zij niet iets doet
maar iets is. Een goede popband of hoe ze ook heten tegenwoordig
hebben succes omdat ze zingen en spelen wat ze zijn. Ze hebben er
hun hele ziel en zaligheid in liggen. Dat maakt hen bijzonder. Het
kost hun bloed, zweet en tranen.
De uitspraak: ik geef jullie mijn vlees te eten, lijkt vreselijk en
toch doet elke vader en elke moeder dat. Je werkt gewoon hard, daar
verdien je geld mee, dat kost je leven. En voor dat geld koop je
brood en dat deel je uit. Dat is je vlees te eten geven. Het zweet,
de pijn, de prestatie en de frustraties, het geld en het aanzien dat
alles is je vlees te eten geven.
Mijn vlees eten en mijn bloed drinken is je het leven van Jezus je
zo eigen maken dat je deel neemt aan zijn levensinzet, aan zijn
levensideaal.
Of zoals Huub Oosterhuis het zegt.
Want wie dit uur zijn hand ophoudt,
brood neemt en eet die zegt daarmee
dat hij en zij een nieuwe wereld wil
waar brood en vrijheid en gerechtigheid
zal zijn voor alle mensen.
Het woord en het brood heb ik nodig, de materie en de
spiritualiteit.
|