Foto: Evangelie volgens Johannes
 Kennismaking
 Aanbod
 Spiritualiteit
   Liturgie
   Laatste Preek
   Matteüs
   Marcus
   Lucas
   Johannes
 Dagelijks leven
 Geschiedenis
 Contact
 Zoeken
 
 Leden           Slot

Preken: Johannes 3, 16 - 18

Door Koos van Etten

Drie-eenheid

Feest van de Drie-eenheid. Geen gemakkelijk feest. Al vanaf de eerste eeuwen van het christendom is er strijd geweest over het mysterie van de Drie-eenheid. Pas in de vierde eeuw, op het concilie van Nicea en Constantinopel, is die strijd beslecht en hebben de christenen een gezamenlijke verwoording weten te vinden.
In die eeuw gingen ze zoeken naar teksten in de Schrift die van dit geheim spreken, om dat ook te kunnen uitbeelden in een icoon:

  • in de evangelies in er nauwelijks sprake van. Te denken valt aan het verhaal over de doop van Jezus in de Jordaan: Jezus is de mens die gedoopt wordt; de Vader is te horen in de stem: "Jij bent mijn geliefde Zoon", en de Geest verschijnt er als een duif. Maar in de uitbeelding ervan zijn deze drie niet gelijk.
  • in het Oude Testament zijn er ook verhalen die verwijzing naar dit geheim, b.v. in het verhaal van Abraham die drie engelen bij zich ontvangt. Het zijn drie engelen, maar Abraham spreekt hen aan als 'Heer', als één. Er zijn vanaf die 4e eeuw verschillende iconen geschilderd, met vaak de figuren van Abraham en Sara daarbij. Maar in de 16e eeuw heeft Roebljev in Rusland een uitbeelding gemaakt, die volgens de traditie de diepte van het geheim prachtig heeft weergegeven. De eik van Mamre staat nog op de afbeelding, maar Abraham en Sara zijn op de achtergrond geraakt; de nadruk ligt nu geheel op de drie engelen: wezensgelijk.

De icoon roept voor mij terug wat we met Pinksteren gevierd hebben: het VERBOND.
De icoon wil juist dit uitbeelden, dat er ook in God zelf verbond is: een beweging tussen Vader, Zoon en Geest. Het is een uitbeelding, niet de weergave van de werkelijkheid. De icoon roept iets op van dat geheim van de Drie-eenheid, zoals dat heel sterk gevierd wordt in het Oosten.
Wij hier in de gemeenschap kennen de icoon als de icoon van de gastvrijheid. Abraham ontvangt zijn gast en ontdekt daarin het gezicht van God. Dat is de werkelijke gastvrijheid: zo in ontmoeting durven gaan, dat in de ander het gezicht van God gevonden wordt. Zo hebben wij het ook opnieuw uitgedrukt met Pinksteren: enerzijds het verbond, gericht naar elkaar; en anderzijds de openheid naar de ander die binnenkomt op deze vindplaats van geloofsontmoeting: de gerichtheid naar buiten. In de gast kan opnieuw het gezicht van God oplichten.

Zo kom ik bij de lezingen van vandaag. De eerste lezing uit het boek Exodus spreekt over de tocht van het Gods volk in de woestijn. Vlak hiervóór, in hoofdstuk 32, wordt verteld over de ontrouw van het volk: wanneer Mozes te lang wegblijft, begint het volk God los te laten en vereert het 't gouden kalf als afgod. En dan, als Mozes zich afvraagt, hoe het toch verder moet, laat God zijn gezicht zien: als een genadige en barmhartige God die zijn volk niet loslaat, die fouten en overtredingen vergeeft, een God die trouw blijft. Dat is een ontroerend moment, waarin God - die totaal Andere - zich in de diepte van zijn liefde en trouw wil laten zien aan Mozes en daarmee aan het volk. Dat is in de joodse en christelijke traditie bewaard gebleven, als een uitbeelding-in-woorden van wie God is.
Op eenzelfde manier vertelt het evangelie van de liefde van God, zoals die gezicht gekregen heeft in Jezus, de Zoon. Jezus van wie we gehoord hebben, hoezeer Hij mensen van angst heeft bevrijd; mensen die ziek waren, heeft geheeld; armen en eenvoudigen heeft laten voelen dat zij meetellen en de moeite waard zijn; weer anderen heeft uitgenodigd aan tafel en zich er niet voor geschaamd heeft met hen aan tafel te gaan. Door zo te handelen heeft Hij een beeld van God laten zien: van een barmhartige en liefdevolle God, die niemand uitsluit, maar iedereen wil insluiten in het verbond.
Maar dat verbond dan verstaan in spanning die onder ons is verwoord met Pinksteren: in de spanning tussen barmhartigheid en gerechtigheid; tussen niet gesteund, maar gestuwd worden door de Geest;
tussen halen en brengen, in een partnerschap.
Zo laten we oplichten wat we met Pinksteren hebben mogen ontvangen en waar we nu voor staan: verbond naar elkaar, en verbond, gericht naar buiten. De Geest zal ons steeds blijven stuwen om dit verbond waar te maken in de dagelijkse dag. Zoals we op het ogenblik bezig zijn met het klaarmaken van het nieuwe kantoor: de manier waarop we dat met velen doen roept blijheid op en enthousiasme. Samen de schouders eronder om een gleuf te graven voor een telefoonkabel, in de hoop dat we straks via diezelfde kabel kunnen doorverbonden kunnen worden met velen.
Om dit geheim te gedenken hebben we gekozen voor een geloofbelijdenis, die dit alles op een eigen manier uitzegt, en willen we het verbond vieren in de ene Tafel van de Heer.