|
|
Preken: Johannes
17, 20 - 26
Door Niek Werkhoven, gehouden op Pinksteren, 27 mei
2007
Heilige Geest, onzin zeggen velen, volzin ervaren zij die het wagen
Feest van Heilige Geest, feest van de Geest die ons heilig maakt,
“anders” – wie dat wil vieren moet er rekening mee houden dat
vertrouwde inzichten en opgedane ervaringen, op de tocht komen te
staan. Misschien is het daardoor wel een feest geworden dat in de
marge terecht is gekomen. Het heft uit handen geven, geloven dat er
nog iets anders mogelijk is dan de natuurlijke wetmatigheden,
geloven dat er nog iets anders te zeggen valt dan wat onze logica
voorschrijft, dat is nogal wat. Waar leven gelijk wordt aan hebben,
waar vreugde gelijk wordt aan genieten van bezit, blijft er weinig
ruimte voor heilige Geest.
Toch, Heilige Geest is een werkelijkheid want er zijn mensen die dat
geloven, die dat beleven. Ja, zulke mensen waren er, zijn er, en zij
bewijzen Zijn werkelijkheid.
Onzin zeggen velen, volzin voor wie het waagt.
We hoorden de verhalen van de
oorsprong, verhalen die plaats en tijd overstijgen en waar we onze
daden en woorden aan toetsen, en ze zo door vertellen. Het beeldend
verhaal van Lucas over wind en vuur, over een nieuwsgierige menigte.
Ja, zo is Pinksteren: het horen van “de grote daden van God” het
horen dat het leven anders kan: ‘gered worden’ heet dat bij Lucas. “Elamieten”
mogen dan vreemde wezens voor ons zijn, Frygië en Pamfylië onbekende
streken: we weten wel dat het Pinksteren is van Zeeland tot
Nieuw-Zeeland, van Chili tot China, en op dit kleine plekje hier.
Pinksteren het feest van plotseling én van de lange adem die nodig
is om tegen de werkelijkheid van de wereld in, de hoop levendig te
houden.
Johannes neemt ons nog verder mee naar de bron
van hoop, brengt ons nog dichter bij de realiteit van ons leven. In
een paar zinnen laat hij ons de werkelijkheid van heilige Geest
mee-maken.
De leerlingen achter gesloten deuren, opgesloten
uit angst voor de Judeërs. Bang dus om opnieuw voor de vraag gesteld
te worden: ben jij ook niet een van hen? Angstig en vol schaamte
voor hun lafheid, voor de ontkenning van wat ze gezien en gehoord
hadden, bang om opnieuw de haan victorie te horen kraaien. Maar
‘leerlingen’ blijven ze genoemd worden in al hun verwarring en
angst. En dan ineens is Jezus in hun midden. Jezus met dat ene
woord: vrede.
“Vrede voor jullie” Dat ene woord, juist dát woord na: “je bent
bereid je leven voor mij te geven? Voor de haan kraait…” En na:
“jullie zullen uiteengedreven worden en mij alleen laten”. Slechts
één woord: vrede. Dat is heilige Geest, dat is trouw en de realiteit
van “zoals de Vader Mij heeft liefgehad zo heb Ik jullie lief”. En
met dit woord toont hij de sporen van zijn dood, of beter gezegd de
sporen van zijn trouw aan de Vader, de Levende, de Schepper van
leven, machtiger dan alle vernietigende krachten en machten.
En
dan zegt Johannes als terloops een zin die ons gemakkelijk kan
ontgaan: “vreugde vervulde de leerlingen omdat ze de Heer zagen”.
Toch is het een zin met een diepe, een feestelijke lading. Het gaat
niet over een terugzien, een herstel van wat er was, daar is de dood
hard en onverbiddelijk tussen gekomen. Maar die dood en alles wat
daar aan verwant is betekent geen einde. Schuld en schaamte, angst
en verwarring vallen van hen af want ze zien, nu zien ze voor het
eerst wie, wat en hoe de Heer is: barmhartig en trouw, die zonden
vergeeft. Vreugde, levensvreugde, gave van heilige Geest!
En
als ogen zo blinken en stralen gaat Jezus verder weer met dat ene
woord ‘vrede’. Maar het is geen louter herhalen: in één adem klinkt
dan: “zoals de Vader mij gezonden heeft zo zend ik jullie.” Zenden,
op weg gestuurd worden, zonder het waarheen en of om wat. Enkel
zoals Ik, zo jullie: om Zijn Naam te openbaren!
En
terwijl Hij dit zegt blaast hij; één geheel zijn de woorden van
zenden met het inblazen van de levensadem zoals de Heer dat doet bij
de uit klei geboetseerde Adam. De nieuwe mens wordt geboren, uit God
geboren.
Sprakeloos zijn de leerlingen, zelfs Petrus heeft
nu geen woorden paraat, maar is dat geen lofzang en gebed waardoor
de boeien afvallen en vergrendelde deuren openspringen?
Zo
laat Johannes ons delen in zijn ervaring van Pinksteren, van heilige
Geest. Pinksteren een feest van plotseling én een leven lang, van
leerling zijn en blijven, én van vergeving, vrij spreken, van
levensvreugde die de ‘wereld’ niet geven kan. Dit gedenken is dit
ontvangen.
Zo
moge het zijn. Ja, amen!
|