|
|
Preken: Johannes
14, 15 - 21
Door Koos van Etten, gehouden op 1 mei 2005
Een gebed om heilige geest
Uit de beide lezingen kunnen we een roep horen om
heilige Geest. In deze tijd tussen Pasen en Pinksteren wordt onze
aandacht gericht op wat komen gaat; het is een verwachtingsvolle
tijd. Voor ons heeft die verwachting concreet te maken met de
komende evangelie- of gemeenschapsdagen. Maar de vraag om heilige
Geest is even breed als de hele kerk-gemeenschap. Vanuit die
verwachting wil ik luisteren naar de lezing uit het evangelie.
Afgelopen maandag in de Open Dag hebben we al
stil gestaan bij de woorden uit de evangelielezing. Sommigen noemden
het een mystieke tekst, waarin moeilijk is door te dringen. Maar
doordat we er met aandacht naar luisterden, ging er iets van het
geheim open. De tekst spreekt namelijk van een grote intimiteit.
Jezus zegt in het begin: Als jullie mij liefhebben, zul je ter
harte nemen wat ik jullie opdraag. Op het eind zegt hij precies
het omgekeerde: Wie mijn opdracht ter harte neemt, die is het die
mij liefheeft. Wat wil hij toch zeggen? Als jullie mij
liefhebben, zegt Jezus, d.w.z. niet ‘op voorwaarde dat’, maar in de
mate dat wij hem liefhebben, zullen we zijn geboden doen. Dat gebod
komt dan niet van buitenaf, maar van binnenuit. In de mate dat we
met elkaar verbonden leven, komt er energie vrij, kunnen we een
heleboel aan. Dat is in ieder geval mijn eigen ervaring.
Ik versta dat de nadruk ligt op de liefde:
een liefde die zich uit in het doen. Vlak hiervoor heeft Jezus ons,
zijn leerlingen, een nieuw gebod gegeven: dat wij elkaar
liefhebben. Daar gaat het dus om: dat we verbonden raken met
elkaar in naam van Jezus, dat we een gemeenschap vormen en
uitbouwen, dat we groeien naar een diepere eenheid. Dat ‘doen’ is
ook heel persoonlijke opgave. Aan het eind van de studieweek, nu
drie weken geleden, hadden alle deelnemers aangegeven, ieder op zijn
of haar manier, hoe ieder in die studiedagen de weg gegaan was. Ik
was verwonderd, hoe het evangelie in ieder had uitgewerkt, telkens
anders, maar telkens heel persoonlijk. Dat te verwoorden bracht ons
dieper bij elkaar. Zo versta ik ook de weg die we in de komende
dagen met elkaar willen gaan.
En dan zegt Jezus: Ik zal de Vader vragen
jullie een andere Helper te geven. In het Grieks staat het woord
‘Parakleet’ dat vaak vertaald wordt met Trooster. Dat is terecht
want de Geest is het die ons op onze weg kan bemoedigen en sterken,
zodat we uitgroeien tot zelfstandige christenen, die met elkaar een
gemeenschap willen opbouwen, een zichtbare eenheid kunnen vormen.
Maar we weten ook uit ervaring dat de Geest voor onrust zorgt. Als
wij straks met elkaar in communicatie gaan tijdens de
evangeliedagen, zullen ook de verschillen naar boven komen. Juist
die verschillen veroorzaken beweging: soms zijn we enthousiast, maar
soms voelen we een onrust en een angst: waar gaan we heen? Die
bewegingen zijn nodig om de waarheid naar boven te laten, want zo
wordt de Geest ook genoemd: de Geest van de waarheid. D.w.z. het
waarachtige, het authentieke van ons leven zal te voorschijn komen.
Soms door de pijn en het afsterven heen komen we tot een nieuw
geloofsinzicht, tot een diepere geloofservaring.
Bovendien zegt Jezus van die Geest, dat de
wereld hem niet ziet en niet kent. Met de wereld worden de
mensen bedoeld die de boodschap van Jezus afwijzen, er niet voor
ontvankelijk zijn. Die wereld is grotendeels buiten ons, maar kan
ook in ons zijn. Als wij b.v. blijven vasthouden aan het oude,
vertrouwde, dan is het alsof wij de Geest niet willen toelaten. Als
wij met angst de toekomst tegemoet zien, zien we het zwart voor onze
ogen in plaats dat we perspectief zien. Maar als we ontvankelijk
zijn en ons openstellen voor die bewegingen van heilige Geest,
worden we opgenomen in een stroom van liefde en van leven. In het
evangelie spreekt Jezus over die stroom van leven: tussen de Vader
en hem, tussen hem en zijn leerlingen, tussen de andere Helper en de
leerlingen. Er is wel onderlinge verbondenheid, maar geen
verstrengeling, er blijft onderscheid. Eigenlijk is dat een groot
geheim, deze intimiteit van leven. Toch worden we erin opgenomen
vanuit de kracht van de Geest.
Mogen we op deze manier toeleven naar de gemeenschapsdagen.
|