Foto: Evangelie volgens Johannes
 Kennismaking
 Aanbod
 Spiritualiteit
   Liturgie
   Laatste Preek
   Matteüs
   Marcus
   Lucas
   Johannes
 Dagelijks leven
 Geschiedenis
 Contact
 Zoeken
 
 Leden           Slot

Preken: Johannes 14, 15 - 21

Door Nel van Cuijk

Jij, jij die mij liefhebt

Hartelijk welkom op deze zesde zondag van Pasen, het is vandaag een bijzonder feestelijke dag. Het heeft heel lang geduurd, voor Jesse tenminste, maar vandaag is het dan zover, hij doet zijn eerste communie. Welkom dus heel bijzonder aan de oma's opa van Jesse. Opa Ruud die wij niet kunnen zien maar die ons wel kan zien dat geloof ik. Aan de andere familie. En welkom aan jou Jesse. Je hebt twee heel bijzondere dagen deze week, woensdag was je bij PSV met Yanniek en vandaag doe je, je eerste communie. Jesse heeft de ambitie om een groot voetballer te worden daar oefent hij dagelijks voor. En dagelijks heeft hij om deze dag voor te bereiden een kaars aangestoken zoals daarnet en een kruis leren maken. Ik hoop Jesse dat je een groot voetballer wordt als je daar het talent voor hebt, en ik hoop dat je wat je ook wordt altijd zult weten dat je bij God hoort, een kind van God bent
Maar misschien zijn er onder u ook wel mensen die vandaag hier zijn omdat het 5 mei is. Zevenenvijftig jaar geleden werd Nederland bevrijd. We gedenken de mensen die voor onze vrijheid gevochten hebben.
Als we straks naar het evangelie luisteren dan worden de leerlingen in deze laatste week voor Hemelvaart en Pinksteren voorbereid op een leven zonder de lijfelijke aanwezigheid van Jezus. Jezus neemt afscheid. Hij steekt zijn leerlingen een riem onder het hart. Zo spreekt Johannes over Jezus in aansluiting op het evangelie van vorige week zondag. Daar was sprake van een dialoog met Thomas en Filippus; vandaag gaan we verder met een grote monoloog van Jezus.
Bijna bezwerend is deze monoloog. Er is iemand, geest van waarheid, die bij jullie blijft. Ik laat jullie niet als wezen achter, ik laat jullie niet wezenloos achter. Ik ben in jullie en jullie zijn in mij. Ik heb jullie lief en jullie zullen mij liefhebben en er is niets wat daar tussen kan komen.
Wij mensen van anno 2002 hebben, anders dan de leerlingen, Jezus nooit lijfelijk gezien. Wij moeten het van zijn 'lichaam' hebben en dat noemen wij 'kerk'. Jullie zijn het lichaam van Christus. Augustinus heeft dat ooit prachtig gezegd: 'Ontvangt wat gij zijt lichaam van Christus en wordt wat gij ontvangt lichaam van Christus'. Dat lichaam dat zijn wij, de kerk, de christelijke kerken.
Lichaam van Christus, dat kunnen we zien, dagelijks en wekelijks en overal ter wereld en in dat lichaam van Christus wordt jij Jesse vandaag, op grond van je doop verder binnengevoerd. Wij kunnen Jezus niet meer zien. Als we hem echter ergens willen zien en ervaren dan is het daar waar mensen in Zijn naam bijeen willen zijn en elkaar brood en beker toereiken als gedachtenis aan Hem. Mensen die hun kind meenemen in dit gebaar van brood breken en delen en eten en die dit samen komen in zijn naam niet als een routine gebaar herhalen, maar er consequenties aan verbinden voor hun levenswandel.

Jij Jesse wordt binnengevoerd in een weg van liefhebben, van houden van. 'Als je mij liefhebt, zul je mijn geboden onderhouden. En dit is mijn gebod: dat jullie elkaar liefhebben'. Dat is het enige wat Jezus vraagt.
Dat liefhebben en nu praat ik even tegen de oudere mensen, is geen zondagsplicht maar een plicht van alledag. En liefhebben is niet iets wat voorbehouden is aan verliefde stelletjes, iets wat berust op positieve gevoelens die je voor een ander koestert. Nee, liefhebben is bestemd voor de volgelingen van Jezus, ongeacht wat voor gevoelens je daarbij hebt. Liefhebben zoals Jezus dat van ons vraagt, overstijgt onze gevoelens, onze emoties. Het is een gebod, een opdracht. Maar kun je dan liefhebben op bevel. Nee, op bevel kun je niet liefhebben, dat is ook mijn ervaring. Maar ik kan de woorden van het evangelie wel serieus nemen en op me in laten werken. Wel kan ik gevoelens en emoties loskoppelen van het woord liefhebben en kijken en luisteren naar dat woord en ontdekken dat het zoveel meer kan betekenen dan gevoelens van en emoties om mensen en dingen.
Liefhebben wordt dan een wijze van in het leven staan, een wijze van omgang met mensen en dingen, een wijze van omgaan met jezelf ook. Liefhebben kan dan bijvoorbeeld betekenen, je niet meer door de gedachten laten beheersen dat het toch allemaal niets uithaalt, dat de mensen je toch niet mogen, dat je omdat je nu eenmaal met die genen belast bent niet anders kunt. Liefhebben kan zijn: stop zeggen tegen doemdenken, ophouden met ruzie maken, ophouden met anderen de schuld te geven van je eigen onvermogen om te leven. Liefhebben kan zijn: de ander vergeven ook al heeft hij of zij je echt op je ziel getrapt, het gesprek weer aangaan, met je ouders of met je kinderen, met je baas of je collegae ook als er jaren gezwegen en verzwegen is. Liefhebben maakt creatief om wegen die op slot waren weer te openen. Daartoe ontvangen wij een geest van waarheid, een geest van liefhebben.