Foto: Evangelie volgens Johannes
 Kennismaking
 Aanbod
 Spiritualiteit
   Liturgie
   Laatste Preek
   Matteüs
   Marcus
   Lucas
   Johannes
 Dagelijks leven
 Geschiedenis
 Contact
 Zoeken
 
 Leden           Slot

Preken: Johannes 14, 1 - 12

Door Nel van Cuijk

Vragen naar de bekende weg

De vijfde zondag van Pasen.
In de lezing van het evangelie worden de leerlingen en dus wij gericht op een tijd dat Jezus niet meer tastbaar en lijfelijk aanwezig zal zijn. Gericht op een tijd dat we het met zijn geest moeten doen, in zijn geest verder leven. Wij, noemen dat Pinksteren.
Nu hebben we dat altijd al moeten doen, tenslotte heeft niemand van ons Jezus ooit lijfelijk gezien. Het is maar de vraag of iemand Jezus ooit gezien heeft na zijn dood.
Maar dat leven van zijn geest, hoe troostend ook geformuleerd door Jezus, dat leven vanuit zijn geest roept wrevel op bij de leerlingen, angst en onrust. Dat hij heengaat! Liever niet als het aan hen ligt. Liever gaan ze onmiddellijk met hem mee. Ja, zegt Petrus even hier voor. Ik wil zelfs mijn leven riskeren als ik maar nu met je mee mag gaan. En Jezus weer, jij Petrus, jij zult driemaal beweren dat je mij niet kent.
Dat tekent de sfeer van het evangelie van deze dag.
Deze lezing uit het Johannes evangelie staat qua chronologie voor de dood en verrijzenis van Jezus. Het zijn afscheidswoorden van Jezus. Afscheid en voorbereiding op een leven zonder zijn tastbare aanwezigheid. Woorden dus voor ons, voor ons die Jezus nooit gezien hebben. Woorden voor mensen die na het eerste enthousiasme de eerste moeilijkheden tegen komen. Het gaat immers niet allemaal van een leien dakje, er is gemor, er is ongelijkheid, niet allen worden even netjes behandeld, er zijn er die achtergesteld worden, zoals we in de eerste lezing horen.

In het evangelie komen we twee leerlingen tegen, en zij staan symbool voor alle leerlingen, die het niet weten, ze kunnen het niet horen, ze willen het niet horen dat Jezus andere wegen gaat dan zij verwachten of denken of hopen. Ze zijn bang en er is onrust en ook enige wrevel. Jezus verondersteld maar wat, hij denkt dat zij, wij de weg weten maar we weten de weg niet, hij denkt dat zij, wij de vader kennen maar we hebben hem nooit gezien. En hij zegt ook nog dat ze grotere werken zullen doen dan hij gedaan heeft. Daar hebben ze niets meer op te zeggen.
Vragen naar de weg, de bekende weg, die toch zo onbekend kan zijn als je er op loopt en wat kun je dan met een antwoord als 'ik ben de weg, ik die de waarheid ben en het leven'. De weg waar we nu op zitten persoonlijk en gemeenschappelijk wat voor weg is dat, is het een doodlopende weg, is het een uitweg.
Ik ben de weg, ik die in de vader ben en de vader die in mij is, ik die in God ben. De weg is een weg van relatie met God, van in God zijn, bij God thuis zijn. Dat bestaat, dat kan, jij en ik wij kunnen in God thuis zijn.
Ik die de waarheid ben, die weg die ik, wij gaan zit daar waarachtigheid in, bevrijd die weg van de macht van de leugen, van de macht van de schijn, van de eigenmachtigheid. Geeft de weg waar we nu op zijn leven, roept het leven op en zin om te leven, of is het dodelijk, dodelijk vermoeiend wat we aan het doen zijn. Een werkelijke reflectie op die woorden weg, waarheid en leven kan ons doen omkeren en inspireren om andere werken te doen, andere werken dan verstikken in leugen en vermoeidheid. Er is in God veel meer ruimte dan wij kunnen vermoeden.
Hoe die eerste leerlingen met deze woorden van Jezus verder zijn gegaan horen we niet. Dat ze verder zijn gegaan horen we in de handelingen. En daar is sprake van een weg van bevrijding, een weg van waarachtigheid.

Wie moet wat doen in de gemeente, in de gemeenschap. Die eerste kern van leerlingen weet dat het onverantwoord is om het woord van God te verwaarlozen, dat het onverantwoord is als ze niet blijven bidden, het is onverantwoord als een klein groepje denkt alles te moeten doen, alles te willen doen. Stel je prioriteiten en vraag uit de kring om je heen de juiste mensen op de juiste plekken. Betrek andere mensen mee in de verantwoordelijkheid. En geef ze de zegen en leg ze de handen op. Misschien iets voor onze evangeliedagen.
Dat lijken me mensen die vol zijn van geest en handelen vanuit zijn geest.