Foto: Evangelie volgens Johannes
 Kennismaking
 Aanbod
 Spiritualiteit
   Liturgie
   Laatste Preek
   Matteüs
   Marcus
   Lucas
   Johannes
 Dagelijks leven
 Geschiedenis
 Contact
 Zoeken
 
 Leden           Slot

Preken: Johannes 11, 1 - 45

Door Leonie van Straaten, gehouden op 13 maart 2005

Een kracht die doet opstaan tegen alles wat dood en ingewikkeld is

Dit is het derde lange verhaal in de veertigdagentijd: We hoorden hoe de Samaritaanse en de blindgeborene in ontmoeting met Jezus tot geloof kwamen, hem herkenden als de Messias, redder van de wereld. Zij werden tot getuige. Ook vandaag gaat het over deze herkenning, over het geloof in een God die vrij maakt, voorbij ziekte en dood. Over geloof dat Jezus in ons wil wekken, in de tijd en in de wereld.

Getuige worden is blijkbaar een lange weg. Dit heeft mij veel beziggehouden: wij belijden ons geloof iedere zondag. Maar we zoeken naar wegen om dit geloof in het leven te delen, woorden open te breken. Het is niet eenvoudig om leven wat ingewikkeld is geworden of langzaam wegkwijnt, weer tot leven te wekken. Om te geloven dat er nieuw leven mogelijk is. Dit kun je persoonlijk ervaren, of in onze gemeenschap, of in kerk en maatschappij.
Jezus dóet dit geloof; het roept de vraag op: wie is hij, wat beweegt hem, dat hij zo in opstand komt, dat er nieuw leven opstaat en er iets zichtbaar wordt van Gods heerlijkheid?

Deze gedachten leidden me naar de ontmoeting tussen Jezus en Marta.
Zij is Jezus tegemoet gegaan. Zij spreekt hem aan op zijn afwezigheid, maar verbindt dit meteen met haar geloof in zijn bijzondere relatie met God. Heel anders dan Maria later zal doen; Maria en de omstanders lijken niet meer te geloven in de mogelijkheid van leven. De dood heeft zijn werk gedaan en de mensen hebben erin berust. Als het leven eruit is en dodende krachten werken, wordt het onfris, dat dekken we meestal toe.
Marta blijkt een heel gelovige vrouw. Zij gelooft zoals het haar is overgedragen: ze gelooft in opstanding, maar dan op de laatste dag, na een lange dood. Jezus’ woorden over de opstanding brengen nieuw leven heel dichtbij: “Ik ben de opstanding en het leven”. Hij maakt zich bekend vanuit zijn verbondenheid met de Vader: Ik ben. In hem en door deze verbondenheid kan iedere mens opnieuw leven ontvangen, opstaan uit het dodende, uit de dood, en léven!
Jezus vraagt haar: “Geloof je dat?”
Het antwoord van Marta vind ik heel bijzonder. Ze beaamt dat ze gelooft.
Maar de inhoud van haar geloof betrekt ze op Jezus zelf. Het is alsof ze door zijn woorden over opstanding tot inzicht komt in wie hij werkelijk is. Zij herkent Jezus als de Messias, de Zoon van God, degene die zij verwachten. Zij hoort en ervaart dat door Jezus’ optreden de werken van God openbaar zullen worden. Zo wordt God verheerlijkt; Hij is de Ene, roept ons tot leven.

De grote vraag is wat wij met dit leven doen. Lazarus heeft er misschien nog niet veel mee kunnen doen. Er zijn commentaren die zeggen dat hij enkel ‘broer van’ was. Hij was met handen en voeten gebonden door zijn zusters. Ondanks óf vanwege alle goede zorgen heeft hij geen gezicht, geen identiteit heeft gekregen.
Omdat de mensen berusten in deze ziekte en het leven langzaam laten wegteren ontsteekt Jezus in toorn en huilt. Jezus huilt ook over Jeruzalem. Het zijn emoties die een diepe bewogenheid tonen: hij kan het niet aanzien, hij kan het niet toelaten dat mensen zo met het leven omgaan. Dit kan God nooit bedoeld hebben. Hij komt in opstand. In de Naardense bijbel las ik “Woede bevangt zijn geest en alles in hem is in verwarring”. Geest woedt in hem en met kracht roept hij Lazarus bij zijn naam. De mensen moeten Lazarus losmaken en loslaten: hij wordt vrij om te gaan, zijn eigen weg.

Wat doet dit verhaal met ons, op weg naar Pasen?
Als eerste kwam ik bij Marta. Oog in oog staan met Jezus, ja zeggen – ik geloof.
Dit brengt ons dichter bij Jezus. Daarom zou ik naast hem willen staan en deel krijgen aan die diepe bewogenheid. Misschien gebeurt dit voor mij in de bewogenheid voor deze gemeenschap; haar ontwikkeling en voortbestaan gaan mij helemaal aan.
Ik bid dat we met velen zijn op die plaats naast Jezus. Hier met jullie of op andere ontmoetingsplaatsen van geloof. Plaatsen waar wij het aandurven om oude woorden open te breken, te oefenen, te leren doen.
Zo zal er een kracht woeden, die ons doet opstaan tegen alles wat dood en ingewikkeld is: in onszelf, in de kerk en in de wereld. Er zal op niet voorziene en onbegrijpelijke wijze nieuw leven groeien. Moge het zo zijn, dat zoals eens in Jezus, ook nu de werken van God openbaar worden – aan Hem komt immers alle eer toe.
Eucharistie, brood en wijn als teken van Zijn leven zullen ook vandaag ons vertrouwen voeden, en ons brengen of houden op die plaats naast Jezus.