|
|
Preken: Johannes
9, 1 - 41
Door
Koos van Etten, gehouden op 2 maart
2008
Het verhaal van een mens die tot geloof komt
Het is ongebruikelijk, maar op dit moment wil ik
even een kort woord zeggen bij de lezingen als een overgang van de 1e
lezing naar het evangelie.
Zojuist hoorden we een verhaal over
uitverkiezing, hoe David als jongste van het gezin door God was
uitgekozen om tot koning gezalfd te worden temidden van zijn broers.
Die zalving was de opgave van Samuel, die wèl wist dat hij een
nieuwe koning moest zoeken in het gezin van Isaï – of van Jesse,
zoals hij vroeger genoemd werd – maar niet wist wie van de zonen
daarvoor bestemd was. Toen hij de oudste, Eliab, zag met zijn
rijzige gestalte, dacht hij: Die is het! Want ook Saul was iemand
die met kop en schouders boven de andere mensen uitstak. Maar Samuel
kreeg te horen: Nee, die niet, want God ziet niet zoals een mens
ziet. Een mens kijkt naar het uiterlijk, maar de Heer kijkt naar het
hart. Samuel moest dus leren luisteren en leren zien, zoals de
Heer kijkt: niet afgaan op het uiterlijk, niet kijken op het eerste
gezicht, maar proberen te zien wat zich in het binnenste van iemand
afspeelt.
Op een zelfde manier begint het evangelie:
Jezus zág in het voorbijgaan iemand. Jezus kijkt met de ogen van
de Heer naar een mens die vanaf zijn geboorte blind is en dan
gebeurt er van alles. Het woord ‘zien’ is het sleutelwoord in het
evangelie, maar dat woord heeft verschillende lagen.
Het
verhaal gaat dus over een blindgeborene, die in de ontmoeting met
Jezus genezen wordt. Zijn ogen gaan open, letterlijk, maar ook
figuurlijk, want zijn ogen gaan open voor een andere werkelijkheid.
Zo wordt deze blindgeborene voor ons een beeld, een symbool van een
mens die zoekt naar leven en die gaandeweg tot geloof komt. Wat
verteld wordt, is een weg van geloof d.w.z. deze mens overkomt een
ervaring die hem helemaal raakt en hem van binnen totaal verandert.
Maar pas door alle wederwaardigheden heen gaat hij zich bekennen als
een leerling van Jezus en vertrouwt hij zich tenslotte aan deze man
Gods toe.
Luister maar, hoe hij eerst niets is, een blinde,
iemand zonder betekenis en zonder stem ook, want in het begin wordt
er óver hem gesproken. Maar gaandeweg wordt hij iemand en groeit hij
uit tot een krachtige persoonlijkheid, die vrijmoedig durft te
spreken en ook duidelijk iets te zeggen heeft. Dat is een prachtig
en ontroerend verhaal.
Aan de andere kant staan mensen, – buren,
bekenden, Farizeeën – die dit alles niet zien en dit ook niet willen
zien. Zij gaan zogenaamd wel in gesprek met de blindgeborene, maar
het is geen echte dialoog waaraan zij veranderen. Zij blijven
verstard in hun ideeën en komen niet tot vernieuwd inzicht, tot
geloof in Jezus. Van hen zegt Jezus op het eind dat deze ‘zienden’
blind zullen worden, juist omdat ze zo vasthouden aan hun eigen
gelijk.
Luister maar en laat u meenemen door het verhaal en ga mét de
blindgeborene de weg van geloof.
|