Foto: Evangelie volgens Johannes
 Kennismaking
 Aanbod
 Spiritualiteit
   Liturgie
   Laatste Preek
   Matteüs
   Marcus
   Lucas
   Johannes
 Dagelijks leven
 Geschiedenis
 Contact
 Zoeken
 
 Leden           Slot

Preken: Johannes 1, 1 - 18

Door Leonie van Straaten, gehouden op 1 januari 2008

 

Op zoek naar de verborgen aanwezigheid van God

 

God spreekt in deze wereld.

Zijn woord onderbreekt de chaos. Zo begon de geschiedenis van God met mensen. Dit woord, dat vanaf het begin bij God was, wordt geboren in de tijd van keizer Augustus. Jezus’ komen was kwetsbaar. Alle verhalen wijzen erop dat de geschiedenis van God met mensen aan een zijden draadje hing.

En in deze kersttijd vieren we dat Gods woord geboren werd, en het godsproject doorgedragen wordt in de tijd van het vierde kabinet Balkenende. Want religie is terug in de samenleving, zeggen de onderzoekers. Maar pas op, zei Erik Borgman vorige week in een interview, want we weten niet hoe. De vertrouwde kaders zijn wel degelijk verdwenen en we staan voor de uitdaging om Gods woord te horen, omdat het verborgen is in de samenleving.

 

Als we vandaag horen hoe mensen ooit hebben aangevoeld en opgetekend hoe God aanwezig komt, dan kunnen we bemoedigd worden om te luisteren naar wat verborgen is. Want uit de oude teksten blijkt dat mensen altijd moesten tasten, waar, door wie en hoe dat zijden draadje gesponnen wordt.

 

In den beginne schiep God. De eerste letter van de Bijbel is een beth. Dat is de tweede letter van het Hebreeuwse alfabet. Lang geleden leerden we van Peter Schilling dat dit begin dus meteen het tweevoud aanduidt waarin schepping gebeurt. De eerste letter, de alef, dat is de letter van God in Adonai, in eenheid en in liefde. Die letter is als het ware overgeslagen, of beter gezegd, verborgen aanwezig in de werkelijkheid. De schepping wil ons van in den beginne op het spoor zetten om Gods aanwezigheid op te delven in de chaos. De aarde is zonder dit woord woest en leeg.

God zoekt een plaats, wil aanwezig komen. De letter van in den beginne, de beth, betekent huis. De beth is een open letter, die ons meteen in de goede richting zet: naar voren, want in het plan mogen we Gods liefde en eenheid opdelven. Harrie maakt een kunstwerk van de beth. Met de weinige woorden van de kunstenaar vertelde hij me, hoe de vorm van de beth de noodzaak van een nieuw begin laat zien.

 

Het eerste woord van onze Schepper is ‘licht’. En daar stoten we op iets wonderlijks. Want dit goddelijk licht was er en God zag dat het goed was. Maar daarna schiep hij zon, maan en sterren. Dit eerste licht is bij God en het bleef bij God. De mens staat op de zesde dag midden in de schepping, met de opdracht dit licht op te delven. Vonken, sprankjes. Een messiaanse opdracht, zeggen de wijzen.

 

Aan het begin van onze jaartelling staat er een getuige op. Hij getuigt van dit goddelijke, verborgen licht. Hij vertelt ons dat dit licht in de duistere geschiedenis van Keizer Augustus en koning Herodes kwam. Dus het geschapen licht was ook in die tijd niet voldoende om de aarde met liefde en eenheid te vervullen. De proloog van Johannes is een hymne en loopt als het ware over van de liefde, waarvan hij met zijn evangelie heeft willen getuigen.

Hij is gekomen in zijn eigen huis, schrijft Johannes. Dit eigen huis, dat is het eigen volk, de religieuze leiders. En zij erkenden hem niet. Zij herkenden de alef, de verborgen aanwezigheid niet. Maar er zijn mensen die hem wel herkennen en zij worden opnieuw geboren in dit licht; zij worden kinderen van God genoemd.

Johannes vertelt ons dat dit Woord onder ons is komen wonen in een tent. Dat is de plaats voor Gods woord. Zoals de shekina, de tent van samenkomst voor het volk Israël. Een vermoeden van Gods aanwezigheid was er wel degelijk. Maar niemand heeft ooit God gezien. Mozes en Elia hoorden God wel, zeggen de wijzen. En wat ze hoorden was de alef en dat is in concreto helemaal niets, een onuitsprekelijke letter. God, onnoembaar.

Wij mogen Hem in Jezus leren kennen.

Hij waagde het om persoonlijk de Thora van Mozes te leven. De volheid van de wet, schrijft Johannes. Jezus, de mens die de messiaanse opdracht om Gods licht op te delven verstaan en geleefd heeft.

 

In de tijd van het vierde kabinet Balkenende is er sprake van een heropleving van geloof en religie. Als deze gemeenschap één van de plaatsen is waar geloof gevonden wordt, dan zie ik het als een heilige plicht, om gevoelig te worden voor sporen van God die ons misschien vreemd zijn. Sporen van nieuwe religiositeit, waarin jongere mensen eigen wegen zoeken. Wij staan tussen wat vertrouwd was in vaste kaders, en de onbekende toekomst van God. We zijn in deze tussentijd onderweg naar een nieuwe verbondenheid. Want daar wacht onze wereld zeker op. Deze plaats is misschien wel zo’n brug. Laten we niet stilstaan bij onszelf, maar met open oren en ogen verder lopen. We hebben immers een goede voorganger, in woord en daad. In zijn naam mogen wij dat zijden draadje verder spinnen. Een prachtige opdracht voor een nieuw jaar, mag het in Zijn naam zalig worden.