 |
|
|
Preken: Johannes
1, 1 - 18
Door
Tineke Renkema, gehouden op 1 januari 2007
Van zijn volheid hebben wij allen ontvangen, genade op genade
Nieuwjaar 2007: Twee verhalen met het oog op het begin, die een
teken van toekomst zijn.Verhalen, die een neerslag zijn van
geloofservaringen van mensen en kunnen raken aan onze
bestaansvragen: Wat is onze oorsprong? Waartoe zijn wij bestemd? Het
is alsof er aan het begin van dit jaar een fundament wordt gelegd,
stevige grond waarop wij kunnen staan.
De aarde was nog woest en doods, en duisternis lag over de oervloed,
en Gods geest zweefde over de wateren. Welke ervaring ligt hierin
opgesloten? Ik heb het gevoel niet aan de totaliteit van die
ervaring te kunnen raken, maar kunnen wij er toch dichterbij komen?
Gaat het misschien over leven van mensen op deze aarde dat geen echt
leven is? Over mensen die een bedreiging vormen voor elkaar en
elkaar naar het leven staan? Over een leefklimaat, dat door een
redacteur van Trouw geduid wordt als een klimaat waar mensen alleen
zichzelf lijken te dienen, waar het gevoel voor loyaliteit
weggeslagen lijkt en meer en meer een geest van fijnzinnigheid
afwezig is? Gaat ‘de aarde was nog woest en doods’ misschien ook
over mensen, die weliswaar niets tekort komen, maar te vaak hun
dagen ervaren als zinloos, leeg, bang om te vallen in het niets?
En in die ervaringen van donker klinkt er een stem: Er moet licht
zijn! Dit woord ‘er moet licht zijn’, deze stem gaat tegen het
duister, de leegte, de zinloosheid in. En dat vind ik het prachtige:
Het verhaal verheft zijn stem tegen de wanorde, verzet zich tegen
alles wat donker is. En dan kan er ook kleur ontstaan: het wit van
het licht, het zwart van de nacht, het blauw van de hemel en het
water, het groen van de natuur en tenslotte het rood van de mens,
want in het hebreeuwse woord Adam zit het rood. De mens uit die rode
aarde genomen en door Gods geest aangeraakt.
Door dit woord ‘er moet licht zijn’ wordt tot leven geroepen wat al
aanwezig was van Godswege, gezaaid in de schoot van de aarde:de mens
of misschien moet ik wel zeggen de menselijkheid, in de spanning
gezet van het duister en het licht, in de spanning van het goed en
kwaad, van de mogelijkheid elkaar te behoeden of elkaar los te
laten, ons met elkaar te verbinden of ieder voor zich te leven. Zo
wordt door het woord van God de mens weggeroepen uit het grijs.Elk
jaar opnieuw, elke dag opnieuw stoot dit licht ons aan in de morgen.
God is scheppende vanaf het begin tot nu toe.
En dan is er die proloog, dat voorwoord dat de evangelist Johannes
schrijft voordat hij zijn geloofsverhaal over Jezus begint. Het komt
mij voor als een alomvattende verwoording van iemand die met ogen
van liefde naar Jezus heeft gekeken. Kent u dat ook, dat juist door
wat iemand laat zien, dat je er meer gelovig van wordt? De
evangelist Johannes lijkt dit in zijn totaliteit te zijn overkomen.
Johannes herinnert ons aan het woord van God met het oog op het
begin: Er moet licht zijn en er was licht. En deze getuige vertelt
ons dan, dat hij gezien heeft, dat Jezus dit woord van God ‘er moet
licht zijn’ heeft opgenomen, heeft gedragen, heeft geleefd. Hij was
het licht, hij bracht alles aan het licht en is voor Gods aanschijn
blijven leven, ook in de nacht. Johannes getuigt dat dát mogelijk
is. Het leven van Jezus: Antwoord op Gods woord: Er moet licht
zijn.
Licht, woord, antwoord! We hoorden het met Kerstmis. Zo horen we het
nu op deze nieuwjaarsmorgen terug in deze twee verhalen over onze
oorsprong en bestemming. Onze oorsprong ligt bij God ligt en onze
bestemming is af te lezen in Jezus.Twee verhalen die het fundament
zijn voor ons leven doordat zij een perspectief zichtbaar maken
tegen de zinloosheid, tegen een grijs bestaan. Twee verhalen niet
los te denken van elkaar, volheid van leven.‘Van zijn volheid hebben
wij ontvangen’, schrijft Johannes, ‘genade op genade’.
Nieuwjaar 2007. Twee verhalen om ons te zeggen dat er een woord is
dat op ons kan neerdalen, dat een woord bij ons in kan breken, een
woord dat vraagt om gedaan te worden en dat we nooit alleen kunnen
dragen.Een woord als licht, een woord als liefde, een woord als
goedheid, als waarheid, als trouw, een woord dat van God komt.In
ieder van ons ligt zo’n woord te wachten, wat we kunnen leven.Zo
ontvangen we zin: Een woord ons gegeven, de mens die het draagt.
Antwoord op Gods stem, tegen de chaos, de leegte, het grijs.Van zijn
volheid hebben wij ontvangen, genade op genade.Dat we het mogen
opnemen en zo kind worden van God.
|
|
|
|
|