Foto: Evangelie volgens Johannes
 Kennismaking
 Aanbod
 Spiritualiteit
   Liturgie
   Laatste Preek
   Matteüs
   Marcus
   Lucas
   Johannes
 Dagelijks leven
 Geschiedenis
 Contact
 Zoeken
 
 Leden           Slot

Preken: Johannes 1, 1 - 18

Door Koos van Etten, gehouden op 21 november 2004

Dankbaarheid

Deze dag wordt in de getuigenkalender genoemd ‘zondag van de voleinding’. Het liturgisch jaar, met advent, Kerstmis, Pasen en Pinksteren enz. loopt ten einde, is nu voltooid. Op deze dag klinkt de proloog van Johannes, die geschreven is nádat het leven van Jezus was voltooid en wellicht nadat het evangelie al was geschreven. Deze proloog is een gedicht waarin alles nog eens wordt samengevat. Het gedicht bestaat uit 7 strofen en is dus teveel om uit te leggen in een preek. Maar ik wil er wel in binnengaan, zoals het in mij heeft gewerkt. Ik doe dat vanuit het besef, dat het woord niet ver weg is, maar dichtbij, in je mond en in je hart.

 - De proloog van het Johannesevangelie is vaak uitgelegd als een hymne op de menswording van het Woord van God. In deze zin: het begint bij het mysterie in God: daar, hoog in de hemel. Het Woord was bij God en het was God. Dit woord is neergedaald naar onze wereld en is mens geworden. Het heeft onder ons gewoond…Zo heb ik het vaak gehoord en verstaan. Dat is niet fout, maar ik heb de hymne ook anders leren kennen.

- Al luisterend heb ik leren verstaan dat Johannes andersom begonnen is. Hij spreekt vanuit een ervaring, hier op deze wereld. Hij heeft een mens ontmoet, is als leerling achter hem aangegaan, heeft met hem gesproken, heeft hem met zijn eigen handen aangeraakt…: een mens van vlees en bloed. Zo dichtbij was hij. Maar in hem was een geheim: hij was een mens door God getekend. Pas langzaam is dat geheim voor hem opengegaan.

- Vooral na Jezus’ dood, toen zijn leven in God was voltooid, hebben zij zijn hele leven overzien en raakten zij verwonderd. In hem was leven en hij was het licht van de mensen. Hij was zelf een lichtmens, maar ontstak ook in iedere mens die hem opnam, een licht, als een vlam van liefde. Ook zij werden opgeroepen om een lichtmens te zijn en ervan te getuigen.

- Nog een stapje verder. In Jezus hebben zij de geschiedenis van God zien oplichten, als in een notendop. Hij was het licht, zoals het bij de schepping klonk: Er zij licht! En er was Licht. Maar hij was ook het Woord, zoals het klonk bij het verbond op de Sinaï. In hem kwamen het verhaal van de schepping en het verbond samen. Jezus sprak niet alleen een woord, hij wás het Woord, de openbaring van Gods liefde en barmhartigheid.

- En zo, zegt Johannes op het eind van de hymne, hebben wij in hem Gods genade en trouw gezien. Die waren al ooit geopenbaard door Mozes op de Sinaï, maar zijn in overvloed aan het licht gekomen in de persoon van Jezus, in zijn leven, dood en verrijzenis.

- Tenslotte zegt Johannes erbij: ik heb het over Jezus. Die is wel gestorven, maar hij leeft! Hij is de Levende onder ons. We zijn een gemeente in zijn Naam en wij hebben zijn heerlijkheid gezien! Wij getuigen van het licht en de hoop onder ons.

Kunnen wij ook zo kijken, verwonderd in liefde en geloof? Ik probeer het n.a.v. het jaar dat we afsluiten. In de advent is Nel begonnen met het woord van Moeder Teresa. Zij zag een interview op tv met moeder Teresa.”Wat kan deze wereld redden”, vroeg de reporter. “Liefde”, zei ze. “Ja”, zei hij, “maar alleen met liefde redden we het niet’. “Jawel”, zei zij, “niet met de romantische liefde, maar wel met liefde die deelt tot het pijn doet”. Met dat woord zijn we begonnen en dat woord hebben we opgenomen.
Met Nieuwjaar zijn er bewegingen onder ons aangegeven: met enkelen in de kern zijn we verhuisd, ik ook. Ook de gastenontvangst kreeg een nieuwe impuls en heeft vrucht opgeleverd.
Tijdens de evangeliedagen is gesproken over de bestuursportefeuille van ‘gemeenschap’ en we hebben opnieuw gezegd dat we een ‘gemeenschap zijn in zijn Naam’. Met Pinksteren werden we uitgenodigd ons in te schrijven als lid en dat in een wederzijds engagement, om ons christelijk leven concreet te maken, zoals dat in onze missie staat verwoord.
Maar we zijn ook door het mysterie van dood en leven gegaan. Twee uitvaarten van Elisabeth en Jozefa. Dat waren prachtmomenten: we hebben hen uitgetekend op zijn best en wij hebben ons als gemeenschap op zijn best laten zien. Misschien ook gemakkelijker, als het leven al voltooid is: we hebben getuigd hoe het licht in hun leven heeft gewerkt.
En nu? Nu staan we op de drempel van een nieuw liturgisch jaar, een nieuw begin op de weg met Jezus, persoonlijk en gezamenlijk. Als we kijken naar elkaar, is het niet gemakkelijk het licht in de ander te zien. Er is liefde, maar ook pijn. Er is verbondenheid, maar we zien ook de eenzame weg die iemand soms moet gaan. Er is leven in gemeenschap, maar ook beperktheid, onmacht soms. Toch zijn we dankbaar om alles wat ons in het afgelopen jaar gegeven is en kijken reikhalzend uit naar wat komen gaat. Mag die dankbaarheid een kans krijgen in deze viering.