|
|
Preken: Johannes 1, 1 - 18
Door Tineke Renkema
Het woord is dichtbij u. U kunt het dus
volbrengen.
De laatste zondag, een afsluiting van het
kerkelijk jaar, stilstaan en ons te binnen brengen, waar het Jezus
om te doen was, zó dat we ons gereed kunnen maken voor een nieuw
begin.
Én dan krijgen we deze lezing uit het eerste
hoofdstuk van het evangelie van Johannes. Het is de proloog, een
voorwoord voor het eigenlijke verhaal over Jezus begint en samenvat
wat Hij heeft betekend. Het is zo passend aan het einde van het
kerkelijk jaar, omdat een proloog zelden als eerste wordt
geschreven. Juist wanneer alles geschreven is, komt het tot stand.
Juist als laatste, als alles kan worden overzien, wanneer alles is
doorleefd, op het einde, wordt de proloog geschreven en daarin
worden we door Johannes voorbereid op wat komen gaat.
En hoe! Het is het
begin van een evangelist, die zich met hart en ziel en heel zijn
verstand aan Jezus heeft overgegeven. Het verhaal van iemand, die
Jezus zó heeft liefgehad. Het verhaal van iemand, die getuige was
van Zijn leven, wiens ogen Hij wellicht ook, evenals het verhaal van
de blinde van een paar weken geleden, heeft geopend. De evangelist
Johannes is een aangeraakte mens, een mens, die ons deelgenoot wil
maken. Deelgenoot wil maken, opdat wijzelf ook ziende mensen kunnen
worden. Ik heb het verhaal, deze proloog gelezen als het verhaal van
iemand die liefheeft, die Jezus lief heeft gehad en door hem heen
God heeft gezien. Jezus heeft deze Johannes, zo beluister ik het,
blijkbaar bij zijn oorsprong én zijn bestemming gebracht. Ik kom
hier nog op terug.
Deze tekst heeft me met warmte omgeven. Het is zó allesomvattend. Ik
hoop er iets van over te kunnen brengen.
Het is opvallend
dat de naam van Jezus pas aan het einde van deze tekst wordt
genoemd. Zijn naam wordt nog verborgen gehouden. We moeten nog
wachten, we zijn nog niet gereed, niet voorbereid.
Het verhaal begint als een geheim: "In het begin was het woord, en
het woord was bij God en het woord was God. Het was in het begin bij
God. Alles is door Hem ontstaan en buiten Hem om is er niets
ontstaan. Wat ontstaan was had leven in Hem."
Hier wordt verwezen naar de oorsprong van alle dingen, in zijn
verwijzing naar het scheppingsverhaal in Genesis. In het begin was
er het spreken van God. Het eeuwige zwijgen werd doorbroken. Door
het scheppende woord van God worden wij, zijn wij in het bestaan
geroepen, zo herinnert ons Johannes. De evangelist verlegt het begin
van zijn verhaal over Jezus naar de peilloze diepte van God zelf.
Het is alsof de evangelist ons wil vertellen, dat hij door met Jezus
te leven teruggebracht is, tot de meest essentiële vragen in ons
leven: Vanwaar kom ik, waartoe ben ik? Waar vindt de mens zijn
oorsprong en waartoe is hij bestemd? Johannes refereert aan het
scheppingsverhaal omdat hij in Jezus een mens gezien heeft naar Gods
beeld en gelijkenis. Zo tekent Johannes Jezus als Gods woord dat
antwoord geworden is: Een mens die reikt tot in de hemel.
"En het leven was het licht van de mensen". Leven
en licht! Wordt het evangelie zó door Johannes samengevat? Een mens,
Jezus, die door deze twee worden kan worden getypeerd: Leven en
Licht. Leven en Licht, licht dat het ook mogelijk maakt dat wij de
duisternis, die er is onderkennen, doordat het licht erop valt.
"Het licht schijnt
in de duisternis en de duisternis kon het niet aan". Duisternis die
zich van dit licht niet meester heeft kunnen maken. Duisternis die
geen vat had op deze lichtmens, deze mens, zoals door God bedoeld.
Er is ook díe werkelijkheid, de wereld van het donker, de duistere
wereld, die, geconfronteerd met het licht, deze confrontatie niet
verdraagt, de wereld die zich afgewezen voelt en zich met hand en
tand verzet, zich afsluit voor licht, bang is voor het licht en zich
daarmee opsluit in het donker. Ook dit heeft Johannes met eigen ogen
gezien. Deze tragiek. Hij was er immers bij toen Jezus niet werd
erkend en zij Hem naar het leven stonden.
Stellen wij ons
voor in Johannes plaats: Wat moet het niet zijn geweest om te zien
met eigen ogen dat het kwaad geen vat op hem had. Wat moet het zijn
geweest om te zien hoe zelfbewust én nederig tegelijkertijd deze man
zijn weg ging, aanrakend, liefhebbend, confronterend, over God als
zijn Vader sprekend. Wat moet het zijn geweest om iemand te horen
zeggen: Ik ben…., ik ben….., ik ben….., ik ben de weg, de waarheid
en het leven, wie mij ziet, ziet de Vader. Wat moet het zijn geweest
om bij Iemand te zijn die zich zo met God waagt te verhouden. Bij
iemand te zijn, die niet opgehouden is te beseffen dat we het leven
ontvangen hebben uit Gods hand en dat wij Gods kinderen zijn.
Ja, het woord, dat scheppende woord van het begin, het woord dat om
antwoord vraagt, is vlees, is persoon geworden. Dát horen we deze
evangelist, deze getuige zeggen, een mens, die God onder ons
thuisbrengt, die onder ons is komen wonen. Een mens die laat zien
waartoe hij bestemd is.
Einde van het
kerkelijk jaar. Begin van het evangelie van Johannes. Terugkijken en
ons afvragen: Wat is nou het meest essentiële, waar gaat het nu om,
als we zeggen te geloven in deze Jezus, die God thuisbrengt in Zijn
schepping, als we spreken in onze missie over christelijke
spiritualiteit? Kunnen wij als Johannes worden aangetrokken door
deze Jezus, en aan Hem zien dat het mogelijk is een antwoord te
geven op het woord van het begin door God gesproken.
Wat is dan dat woord van het begin? Ik roep je in het bestaan, ik
geloof in jou, ik heb je lief, ik vraag je in te zien dat jij jezelf
niet hebt gemaakt, ik vraag je de moed te hebben te geloven, dat je
bent aanvaard, ik vraag je je naaste lief te hebben als jezelf, ik
vraag je jezelf en de ander de confrontatie niet te besparen, ik
vraag je zó de wereld te beheren.
En we horen dat het mogelijk is antwoord te geven, dat het te doen
is, dat niet het onmogelijke van ons wordt gevraagd: "Het woord is
dichtbij u, in uw mond en in uw hart, u kunt het dus volbrengen". In
het Oude Testament wordt het ons gezegd, in Jezus wordt het gedaan,
door Johannes wordt het opgenomen, doordat hij Hem zo heeft lief
gekregen. Laten we ons met Johannes geliefd weten en geloven in de
mogelijkheid, die Jezus heeft geopend: Bij het licht te kunnen
blijven in de duisternis. Laten wij ons bemoedigd weten: Er is ons
iemand voorgegaan!
|